De Wandelende Jood in een onbekend Brugs drukje

HF679De wandelende jood staat voor onrust, het onvermogen om tot rust te komen, het doelloos zwerven. Deze thematiek van  leven zonder uitzicht op verlossing gaat terug op een legendarisch bijbels verhaal. Op weg naar Golgotha, met het zware houten kruis op zijn schouder, sprak Jezus een jood aan met de vraag om even in zijn huis te mogen op adem komen. De jood weigerde waarop Jezus zijn weg vervolgde met de woorden: “Ik zal rusten, maar jij zult rondtrekken zolang de wereld bestaat”.

Dit thema  leefde sterk  in de middeleeuwen en blijft tot op vandaag voortleven in literatuur, kunst en volksleven. In deze traditie wordt de wandelende jood vaak Ahasverus genoemd en is hij schoenmaker van beroep. De Nederlandse neerlandicus Jos Gielen (1898-1981) onderzocht in 1931 de verspreiding van deze  legende, en brak op deze manier een lans voor wat hij noemde “de komparistiese  letterkundige wetenschap”. August Vermeylen (1872-1945) zorgde in 1906 met zijn roman “De wandelende jood”  voor de meest bekende literaire bewerking in ons taalgebied.

Gielen wijst in zijn onderzoek op het belang van het volksboek dat in 1602 het licht zag, en nog hetzelfde jaar “in 20 uitgaven” verscheen. In een aantal edities wordt de naam van de enigmatische bewerker toegevoegd, Chrysostomus Dudulaeus. De wandelende jood vond verder zijn weg in liederen en in de mondelinge vertelcultuur. De zwervende Ashaverus kon overal opduiken, zoals eens op de marktboot die Brugge met Sluis verbond. Hij kaartte er met onder meer een boer uit Oostkerke die met boter en eieren op en af naar Brugge reisde. Hij bleef onverstoord: “hij kan alleen maar diep zuchten, want het einde van de wereld is nog niet in ’t sicht”.

Dit soort volksverhalen lijkt terug te gaan op een orale cultuur met wortels in een ver verleden. Sommige onderzoekers delen deze opvatting niet en wijzen op het belang van geschreven en gedrukte versies die steeds opnieuw de orale cultuur voeden. Zaak is deze gedrukte bronnen op het spoor te komen, want het gaat vaak om goedkope volksboekjes waarvan vandaag geen exemplaren meer zijn bewaard.

Dit geeft het belang aan van een klein boekje dat vorig jaar werd aangeboden door het Parijse antiquariaat Jammes en nu deel uitmaakt van onze collectie (opvraagbaar in leeszaal, HF 679): ‘Histoire admirable du juif errant’.  Het is een Franse versie van het verhaal van de wandelende jood, dat volgens het impressum op het titelblad in 1761 werd gedrukt door Andreas Wydts in Brugge.

Dit recent verworven drukje is heel bijzonder. Gielen was in 1931 bekend met twee edities van deze Histoire admirable, beide door Wydts gedrukt in 1710. Van de tweede editie (48 p.) was hem in 1931 slechts één exemplaar bekend, met name in de privéverzameling van de Antwerpse volkskundige Emile Van Heurck (1871-1931). Wydts was een belangrijke Brugse drukker tijdens de eerste helft van de 18de eeuw die opeenvolgende werkplaatsen runde in de Breidelstraat, het hart van het Brugse boekenbedrijf, en overleed in 1749… Het STCV repertorieert 57 edities die in de jaren 1711-1749 van zijn pers kwamen.

Het nieuw verworven boekje behoort tot een editie waarvan tot nu toe geen exemplaren bekend waren. De drukker Andreas Wydts is mogelijks Andreas jr., waarvan verder geen zelfstandig drukwerk is bekend. Vader Andreas Wydts gaf soms werk uit met het impressum “Andreas Wydts en zoon”; in enkele drukken wordt een zoon met naam genoemd, weliswaar met de voornaam Johannes.

Het is uitgesloten dat het jaartal in het impressum, 1761, een vergissing is. De vertelstof wordt immers in de mond gelegd van de wandelende jood zelf, die in 1760 een kerkdienst bijwoonde in het Duitse plaatsje Salen. Daar trok hij, “un homme avec une grande barbe, fort vieux”, de aandacht van de bisschop van Sleeswijk die de vreemde man bij hem uitnodigde. Na de gezamenlijke maaltijd stak de vreemde man van wal met zijn levensverhaal. In deze versie blijkt ‘de wandelende jood’ samen met Jezus te zijn opgegroeid en krijgen we uiteraard het verhaal van de wereldwijde omzwervingen te horen. Na afloop, “en faisant une profonde révérence à toute  la compagnie, il se remit en marche”.

Een klein boekje waarover het laatste woord nog niet gezegd is.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: