Guido Gezelle en de duivensport: aankoop van een ongekende brief


Onlangs verwierf de bibliotheek een merkwaardig briefje van Guido Gezelle aan Sylvain Wittouck uit het jaar 1890. Het gaat om een naamkaartje, aan beide zijden beschreven. Ook de omslag bleef bewaard en is afgestempeld op 30 december. De mooie postzegel weerhield de eigenaar ervan het briefje weg te gooien. Zo bleef het bewaard. Achteraf bleek het om een Gezellehandschrift te gaan. Nu vormt het een mooie aanvulling voor het Gezellearchief waar reeds een aantal brieven van Wittouck bewaard worden.

Sylvain Wittouck, gemeentesecretaris te Hulste, was een pionier voor de duivensport in België. Bijgestaan door zijn vader, die dokter was, onderzocht hij zieke en dode vogels. Hij voerde ook kleine operaties uit en ontwikkelde een gamma aan medicijnen, homeopathische middelen en wonderpillen voor duiven. Zijn bevindingen verzamelde hij in het handboek De Reisduif (1878). Gezelle verleende zijn medewerking aan een aangevulde en herziene uitgave, die in januari 1891 verscheen onder de titel De duivenliefhebberij: wetenschappelijk handboek betrekkelijk de reisduif en de geheimen van het duivenspel. Uit de bewaarde briefwisseling blijkt dat Gezelle een groot aandeel had in de redactie van het werk. Hij corrigeerde de drukproeven zo grondig dat Wittouck soms moeite had om alle wijzigingen correct over te nemen. Bij het vergelijken van beide versies valt op dat de tekst van 1891 veel vlotter is geschreven. Bovendien is hij veel West-Vlaamser van taal en zit hij vol typisch Gezelliaanse uitdrukkingen en puristische woordvormen zoals “teerling meter” (kubieke meter), “wederlandsch” (internationaal) of “emmerkracht” (elektriciteit). Bijzonder interessant is de manier waarop men een vaktaal trachtte te ontwikkelen. Omdat ze het Standaardnederlands een inbreuk op de eigen volksaard vonden, hadden ze voordien enkel het Frans ter beschikking. Beide vormen werden naast elkaar gezet zoals in een woordenboek, b.v. “veelvoetverwas of polyp”, “kobbe of kuifke (aigrette)”, “eenwijvigheid (monogamie). Ook de vernederlandsing van de auteursnaam naar “Sylvaan”, is wellicht voor rekening van Gezelle. Hij gebruikte ze ook op zijn brief. Als blijk van waardering verscheen De duivenliefhebberij met een motto van Gezelle op de omslag: “Mijn Vlandren heeft een eigen taal: God gaf elk land de zijne; en laat ze rijk zijn, laat ze kaal, ze is Vlaamsch, en ze is de Mijne.” Nadat het vakblad De Reisduif haar waardering uitsprak voor de vloeiende Vlaamse taal en de taalzuivering in het werk nam Gezelle een uitgebreide passage over in zijn eigen tijdschrift Loquela.

Het aangekochte briefje gaat over de eventuele vertaling van het werk naar het Engels.

Gezelle geeft Wittouck advies bij het onderhandelen voor de vertaalrechten van het werk. De Engelse vertaling is er wellicht niet gekomen. Wel volgde er een Franse vertaling in 1894 onder de titel La Colombophilie moderne, uitgegeven in Brugge. Dit werk konden we eveneens aankopen voor het Guido Gezellearchief. Naar een exemplaar van “De Duivenliefhebberij” zijn we nog verder op zoek.

Je kan meer hierover lezen in het laatste nummer van het tijdschrift Biekorf.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: