Gezelles laatste natuurgedicht geschonken

Op 20 november 1898 schreef Gezelle een heerlijk herfstig gedicht over een oosterse plataan: Platanus Orientalis L.. Het werd zijn laatst bewaarde natuurgedicht.

Alhier, aldaar, wijd uit, wijd om,
wijd afgevallen blaren
bezabberen mij ‘t wandelpad,
alsof het vagen waren
van verwers handen, geelwe en groen,
die ‘t grauw der aarde blinken doen. [….]

Het mooie handschrift bestaat uit twee pagina’s poëzie waar Gezelle op zijn typische manier verbeteringen in aanbracht. Na de dood van de dichter kwam het in een editie van Verzen terecht. Deze bibliofiele Veenuitgave ontstond in samenwerking met Stijn Streuvels en werd gedrukt op 100 exemplaren. Elk genummerd exemplaar bevat telkens een origineel Gezellehandschrift uit Laatste Verzen. Het stuk met Platanus Orientalis L. is afkomstig uit de nalatenschap van de betreurde J.J. Westenbroek, die er ook een artikel over schreef in Gezellekroniek. Het draagt het nummer 64 en is gebonden in een mooie bruinlederen band met gouden snede. Op de Gezellestudiedag in het najaar van 2013 droeg het Guido Gezelllegenootschap het wetenschappelijk archief van deze eminente Gezellespecialist over aan het Gezellearchief.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: