Eerste Hulp Bij Onkuisheid

Ms. 371 schutblad iii recto 3 bijgesneden

Onreine gedachten en vleselijke verlangens, ziedaar een grote hindernis op het pad van de goedwillende geestelijke. Een monastiek of seculier geestelijk bestaan vereist(e) namelijk volledige abstinentie of onthouding, en dat zowel in gedachten als in daden.
Dat dit in de praktijk niet altijd even makkelijk was, blijkt uit de vele geschriften die werden verspreid ter motivering van jonge (en oudere) monniken. In de collectie middeleeuwse handschriften uit de cisterciënzerabdijen van Ten Duinen en Ter Doest zitten bijvoorbeeld een aantal brieven over dit onderwerp door Bernardus van Clairvaux. Naast dit soort concrete aanmaningen, bezaten de abdijen ook meer theoretische, argumenterende traktaten over de bestaansredenen van celibaat en abstinentie, zoals De vita contemplativa van de 5de-eeuwse auteur Julianus Pomerus .
Een derde type van motiverende teksten, zijn de exempla. Dit zijn korte, moraliserende anecdotes of verhaaltjes waarin de hoofdpersonages met glans beproevingen ondergaan. De voorbeeldige houding van de al dan niet fictieve helden moet de lezer of toehoorder motiveren om ook sterk te zijn in tijden van verlokking en kwelling.
In handschrift 371 van de Openbare Bibliotheek, dat ook afkomstig is uit de abdijbibliotheek van Ter Doest, zijn op de achterste schutbladen (de bladen tussen het boekblok en de platten) exempla neergepend over monniken en priesters die worstelden met vleselijke lusten maar die een of andere manier vonden om er mee om te gaan.
Op de rectozijde van het eerste schutblad achteraan (zie foto) staat bijvoorbeeld het verhaal van een broeder die enthousiast en vrolijk zijn geloof beleed, maar die, door boosaardige bemoeienis van de duivel, geplaagd werd door dromen en fantasieën over een mooie vrouw die hij had gekend vóór hij in afzondering ging leven. Hoewel ze elkaar niet meer zagen, bleef deze schoonheid door zijn hoofd spoken en verstoorde ze voortdurend zijn vrome gedachten. Op een dag vertelde een bezoeker aan de broeder dat de mooie vrouw gestorven was. De broeder trok daarop ’s nachts naar de plaats waar haar lichaam begraven lag, en opende haar graf. Rond haar ontbindende lichaam zat haar mantel, met daarop bloederige etter en rottend pus. Hij nam de mantel en wreef over deze stinkende viezigheid (saniem putredinis eius). Terug in zijn cel, dwong hij zichzelf te ruiken aan de stank die hij had meegebracht, en zei hij tegen zichzelf: “Je wens is uitgekomen, je hebt wat je begeerde, verzadig je hier maar aan!” (Ecce habes desiderium quod quaerebas, sacia te ex eo!). En hij wentelde zich zo lang in deze stank tot hij niet meer gekweld werd door de vuige verleidingen van de duivel.
Handschrift 371 bevat theoretische en inspirerende teksten die nuttig konden zijn bij het opstellen van een preek. De exempla op de twee achterste schutbladen sluiten hierbij aan. Doordat de “helden” monniken of priesters zijn, konden ze worden gebruikt om wat kleur toe te voegen aan preken binnen geestelijke kring.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: