Het gulden getal en de zondagsletter

Week 12 - Ms. 336 f. 9r - Kalender
Binnen een maand is het Erfgoeddag! Dit jaar draait alles rond Tijd. De Openbare Bibliotheek pakt op 20 en 21 april uit met een tentoonstelling rond haar collectie middeleeuwse getijdenboeken. In vorige berichten (kerstscène en lichtmis) kon je al lezen wat getijdenboeken juist zijn. In dit berichtje ontcijferen we de liturgische kalender waarmee de meeste getijdenboeken aanvangen. Hierin staan de hoogdagen (bv. Pasen) en andere feestdagen genoteerd (bv. feest van de patroonheilige).
De afbeelding, afkomstig uit een 15de-eeuws getijdenboek (Ms. 336 f. 9r), toont de eerste helft van oktober. Klik hier voor een grotere afbeelding.

De Arabische nummering van de dagen in de meest linkse kolom en moderne benaming ‘October’ zijn toegevoegd door een latere hand, die laten we dus even buiten beschouwing. De gedecoreerde letters ‘KL’ staan voor kalendae. Aerselmaent is de Middelnederlandse benaming voor oktober. Het is waarschijnlijk een verbastering van hersemaent (gierstmaand). XXXI daghe, de mane XXX: in de maand oktober zijn er 31 dagen en 30 nachten.

In de eerste kolom staat het gulden getal. Het duidt de data van nieuwe manen voor elk jaar aan. Van de data van de nieuwe manen hangt de datum van Pasen af, het ijkpunt van de liturgische kalender. De lezer kon het gulden getal voor elk jaar op voorhand berekenen op basis van een formule met het jaartal. Het gulden getal loopt van I tot en met XIX omdat het patroon van de maandata zich om de 19 jaar herhaalt. Wanneer de lezer het gulden getal voor een bepaald jaar berekend had, kon hij of zij in de kalender dit getal zoeken. Op de data waarnaast het getal in kwestie stond, begon in dat jaar een nieuwe maan.
Bijvoorbeeld: het gulden getal voor 1524 is V. Dat betekent dat in 1524 een nieuwe maan begint op elke datum waar in deze kalender een V voor staat.

Volgens eenzelfde systeem kent elk jaar een zondagsletter. Die staat in de tweede kolom. Deze letter toont wanneer de zondagen in een bepaald jaar vallen. Via een formule op basis van het jaartal wordt aan elk kalenderjaar een zondagsletter toegekend. Om de zeven jaar vallen de zondagen op dezelfde dag van de week, daarom gaan de letters van A tot en met G.
Bijvoorbeeld: de zondagsletter voor het jaar 1524 is B. Dat betekent dat in 1524 de zondagen vallen op de data waar in deze kalender een B voor staat.

De derde kolom gaat terug op de Romeinse dagtelling. De Romeinen deelden de maand in drie ongelijke delen in: de kalenden (Kalendae; afgekort Kl), de iden (Idus; afgekort Id) en de nonen (Nonae; afgekort N). De Kalendae valt altijd op de eerste dag van de maand. De Idus is de 13de of de 15de dag van de maand; in oktober is het de 15de dag. De Nonae valt altijd op de 9de dag vóór de Idus; in oktober is dat dus de 7de dag. Om de andere dagen van de maand aan te duiden, telde men af, bv. “x dagen vóór de Nonae van oktober”, of “x dagen vóór de Kalendae van november”.

Het belangrijkste deel van de kalender zijn de religieuze feestdagen. De hoogdagen werden in het rood (of soms in het blauw) geschreven. Uit de aanwezigheid van bepaalde heiligen kan soms afgeleid worden uit welke regio of context het getijdenboek afkomstig is. Zo verraadt een heilige op de afgebeelde folio dat dit boekje waarschijnlijk voor Brugs gebruik bestemd was. Om welke heilige gaat het hier?
Een tip: hij staat op de dag vóór de Idus van oktober…*

Dit handschrift kan binnenkort bewonderd worden tijdens de tentoonstelling “Hora est: middeleeuwse getijdenboeken in de Openbare Bibliotheek Brugge” op 20 en 21 april 2013.

*Het is de heilige Donaes (Donatianus, Donaas), patroonheilige van de stad Brugge.

Advertenties

3 Responses to Het gulden getal en de zondagsletter

  1. Victor Reijs schreef:

    Ik zie de uitleg ‘XXXI daghe, de mane XXX: in de maand oktober zijn er 31 dagen en 30 nachten.’
    Ik denk dat ‘XXXI’ betekend inderdaad het aantal dagen in oktober. Maar ‘de mane XXX’ is volgens mij de duur van de synodische maand (die 29 or 30 dagen kan zijn, althans in de Tres Riches Heures). Dus niet aantal nachten…

    • Evelien (medewerker handschriftencollectie Openbare Bibliotheek Brugge) schreef:

      Hartelijk bedankt voor deze terechte en leerrijke opmerking.
      In de maanden met 31 dagen worden er in deze kalenders telkens 30 “manen” opgegeven. In de maanden met 30 dagen, telkens 29. En in die ene maand met 28 dagen, ook 29. Als ik het goed begrijp, is dit dus de hoeveelheid dagen (of nachten) tussen twee nieuwe manen?

      Dit bewijst weer eens hoe verrijkend een interdisciplinaire aanpak kan zijn voor elk soort onderzoek(er)…

      Nogmaals bedankt!

    • vreijs schreef:

      Ik hoop dat dit aankomt…

      In de Tres Riches Heures, lijken het de dagen in de maand en de lengte van een synodicshe periode te zijn (al is dat niet echt een zinvol gegeven, want er is geen map tussen de kalender maand en de duur van de maan’s synodische periode). Ik heb een foto van juli (uit Tres Riches Heures) toegevoegd, waar ‘Juli heeft 30 dagen en de maan heeft 29 dagen’. Otto Neugebauer ziet dit ook als de maan periode duur (Otto Neugebauer: “Astronomy and History: Selected Essays”. Springer. 1983-10 Berlin. ISBN 0387908447. pagina 429). Maar misschien is wel anders. Zou leuk zijn als er andere literatuur is die dit bevestigt of niet?!

      Groetjes,

      Victor

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: