Hs. 512 verbindt Arabische optica met Vlaamse Primitieven

Tijdens de late middeleeuwen speelden de Arabieren een belangrijke rol  in het doorstromen van wetenschap en cultuur uit de oosterse wereld naar West-Europa. Het betrof zowel “oude” kennis uit de klassieke Oudheid als nieuwe inzichten die in Arabische culturele en wetenschappelijke centra tot stand kwamen. Het belang van deze uitwisseling voor de westerse cultuur was de voorbije jaren het  voorwerp van een scherp intellectueel debat. Deze polemiek ontstond naar aanleiding van het boek “Aristote au Mont Saint-Michel” (2008) van de Franse mediëvist  Sylvain Gouguenheim.

In de twaalfde en dertiende eeuw bereikte het werk van de Arabische geleerde Alhazen de universiteit van Parijs en andere westerse intellectuele centra. Alhazen heette eigenlijk Aboe Ali al-Hazin ibn al-Haitham, leefde omstreeks het jaar duizend, en liet ca. 90 uiteenlopende wetenschappelijke werken na. Vooral zijn optische studies werden in Latijnse vertaling bij ons bekend. In het traktaat “De aspectibus heeft Alhazen het over het zien, het licht, en de werking van spiegels en lenzen , en ontwikkelde hij een nieuwe theorie over hoe beelden tot stand komen. De drie eerste “boeken” van “De aspectibus” werden in 2001 door Mark A. Smith geëditeerd, samen met een Engelse vertaling.

Een handschrift met de teksten van “De aspectibus” kwam in de middeleeuwen in de bibliotheek van de cisterciënzerabdij Ten Duinen terecht. Dit manuscript is ons huidig ms. 512, dat sinds vorige week ook via Flandrica.be volledig digitaal toegankelijk is. Cisterciënzermonniken uit de grote Vlaamse abdijen waren prominent aanwezig  in Parijs en andere studia; wellicht is dit manuscript op deze manier in Vlaanderen terechtgekomen.

Eens beschikbaar  in Vlaanderen én in een Latijnse vertaling, vonden Alhazens praktische  toepassingen van lenzen en spiegels hun weg naar de werkplaatsen van schilders in de middeleeuwse handelsmetropool Brugge. De bijna fotografische schilderkunst van Jan van Eyck en tijdgenoten bediende zich van optische hulpmiddelen.  Schilders en spiegelmakers maakten in Brugge niet toevallig deel uit van hetzelfde ambacht zodat expertise-uitwisseling voor de hand lag. Deze expertise lag besloten in het Alhazen-handschrift in de nabije Duinenabdij. Tot deze opmerkelijke conclusie kwam de Britse kunstenaar en kunstkenner David Hockney, in zijn boek “Secret knowledge: rediscovering the lost techniques of old masters.  Zoals steeds met nieuwe theorieën wordt Hockney niet door iedereen gevolgd. Dit kan niet worden gezegd van Lucas Cathèrine die vooral in zijn boek “Rijstpap, Tulpen & Jihad” Hockney volmondig bijtreedt en het verband tussen het handschrift 512 uit onze bibliotheek en zeg maar het paneelschilderij “Het echtpaar Arnolfini” van Jan van Eyck expliciet aan de orde stelt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: