Decretales


De geschiedenis van de Katholieke Kerk leest als een politieke thriller. Net zoals de Romeinen of de Ottomanen is de Kerk klein begonnen en daarna uitgegroeid tot een goed georganiseerd imperium, gestoeld op wetten en structuren.

De 11de eeuw luidde een nieuw tijdperk in voor de Kerk: de Gregoriaanse hervorming (naar paus Gregorius VII). Vanaf die periode wordt de bisschop van Rome, de paus, geconsolideerd als primaat van de katholieke Kerk (dus boven de Patriarch van Constantinopel) en wordt de macht van de Kerk versterkt en bevestigd tegenover de wereldlijke machten (dit is ook de periode van de Investituurstrijd).

De Kerk wordt sterk georganiseerd en gestructureerd, met een duidelijke hiërarchie van de paus, de Romeinse curie, pauselijke gezanten, bisschoppen en plaatselijke geestelijken. Er wordt ook een eigen wetgeving opgesteld, het canonieke recht, gestoeld op leerstellingen, pauselijke uitspraken en theologische geschriften. Verder worden ook privileges en immuniteiten van de Kerk beargumenteerd en verdedigd, al dan niet aan de hand van vervalste bewijsstukken (bv. de Dictatus papae).

Het kerkelijk recht wordt neergeschreven en geordend door canonisten, o.a. door Anselmus Lucensis, bisschop van Lucca (gest. 1086), kardinaal Deusdedit (Dieudonné) (gest. ca. 1100), en Yves van Chartres (ca. 1040 – 1116). Hun werk wordt vanaf de 12de eeuw overschaduwd door het Decretum Gratiani of Concordia discordantium canonum van de canonist Gratianus, een verzameling van alle voorgaande wetten, die tot de afkondiging van de eerste Codex Iuris Canonici (1917) het standaardwerk blijft voor kerkelijke wetgeving.

In de 12de eeuw zijn door deze maatregelen de macht en het aanzien van de paus aanzienlijk gegroeid. Hij werd gevraagd om een beslissing te vellen in allerlei politieke, sociale, ethische en uiteraard religieuze kwesties. Deze beslissingen hadden vaak een juridische waarde (decretales) en werden bijgevolg bijgehouden in aparte registers, die aanvullingen vormden op het Decretum. Een vijftal decretalesverzamelingen, de Quinque compilationes antiquae, kenden een groot succes.

De cisterciënzers van Ter Doest bezaten (minstens) één kopie van de Compilationes antiquae. Deze 13de-14de-eeuwse kopie wordt bewaard in de Openbare Bibliotheek, als handschrift 367.  Het handschrift bevat drie van de vijf verzamelingen, namelijk de Compilatio prima door Bernardus van Pavia, de Compilatio secunda door John of Wales, en de Compilatio tertia door Petrus Collivacinus. Het bevat ook commentaren op deze decreten door Tancredus.

Hiermee stopt de geschiedenis van het kerkelijk recht uiteraard niet. Wie hierover meer wil lezen, vindt een goede inleiding in Geschiedenis van het kerkelijk recht door Constant Van de Wiel. De ruimere politieke en organisatorische ontwikkelingen van de Gregoriaanse hervormingen werden meesterlijk beschreven door Colin Morris in The papal monarchy.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: