Jacques Lambrecht: Gezelliaanse voorloper van de avant-garde


“Ziegezaaggeplapper”,”gaaiepauwe”, “kokkelkeel” en “klingelingeklinklank”. Het lijkt wel van Gezelle, maar het zijn klankwoorden uit de Brugse bundel “Dwerg-gedichtjes(1901) van Jacques Lambrecht. Die bundel was zo experimenteel dat de klankwoorden volgens Karel Jonckheere als voorlopers van het werk van de vijftigers konden beschouwd worden. De titel is een verwijzing naar de Kleengedichtjes van Gezelle, die Lambrecht kende van het Kleinseminarie van Roeselare. Sommige gedichten zijn opgedragen aan Gezelle, andere aan Julius Sabbe en Eugeen van Oye. De bundel staat vol oude woorden en vreemde samenstellingen en ademt een Gezelliaanse sfeer uit. Ook imiteert hij Gezelles “Gierzwaluwen“.

Voordien was Jacques Lambrecht vooral in het drukkerswezen actief. Samen met zijn broer Camille, oud-leerling van Gezelle, werd hij in 1864 vennoot in de Brugse uitgeverij van Edward Gailliard, waar onder meer “Rond den Heerd” gedrukt werd. In 1872 was hij medeoprichter van de Brugse afdeling van het Willemsfonds. Hij werkte mee aan tijdschriften als “La Plume” en de “Halletoren“. Samen met Julius Sabbe was hij lid van de Breydelcommissie. Het failliet van de bank Dujardin betekende het einde van Gailliard & co. Camille Lambrecht vestigde zich als drukker en verkoopzaalhouder in Brugge. Jacques vertrok naar Blankenberge waar hij in de jaren 1870 en 1880 verbleef als drukker-uitgever. Hij beheerde er ook de toeristische dienst en raakte er betrokken bij het debat rond de Brugse zeehaven. Toen die er kwam, componeerde hij een aantal feestliederen die gepubliceerd werden in de “Journal de Bruges” en ook apart uitkwamen.

Begin de jaren 1890 vestigde hij zich als graanhandelaar aan de Brugse Komvest. In het tijdschrift “Kunst publiceert hij gedichten en taalkundige bijdragen. Hij laat zich ook opmerken door zijn negatieve reactie tegen de eventuele oprichting van een Brugs monument voor Georges Rodenbach. In de jaren 1897-98 zoekt hij opnieuw contact met Gezelle. In de correspondentie zijn een 15-tal brieven bewaard. Ze gaan vooral over zijn gebrekkige gezondheidstoestand. Door zijn jicht kan hij enkel zittend werk doen. Hij vraagt Gezelle hem te steunen bij het vinden van nieuw werk, zoals opzoekingen doen in de bibliotheek. Gezelle verwijst hem door naar Willem De Vreese, redacteur van het Woordenboek der Nederlandsche Taal.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: