Drakenbloed en ultramarijn

Van muziekspelende aapjes en lieflijke bloemetjes tot gigantische cyclopen, Bijbelse taferelen en heuse historische veldslagen… middeleeuwse boeken bevatten een schat aan schilderkunst. Middeleeuwse schilders, waaronder ook de boekverluchters, gebruikten technieken, materialen en recepten die door moderne uitvindingen (bv. artificiële pigmenten en lijmen) in onbruik geraakt zijn. Gelukkig hebben enkele van deze kunstenaars hun praktijken neergeschreven in handboeken en traktaten, zodat we vandaag de dag toch een redelijk inzicht hebben in deze verloren (boeken)kunst.

Het oudste traktaat dat geschreven is door een vakman (en dus niet door een theoreticus), is De diversis artibus van Theophilus (een pseudoniem, zijn echte naam was waarschijnlijk Rogerus van Helmarshausen). In dit boek worden 12de-eeuwse technieken beschreven uit de schilder-, glas- en metaalkunst. Een recenter handboek is Il libro dell’arte, geschreven door Cennino d’Andrea Cennini tegen het einde van de 14de eeuw of in het begin van de 15de. Het geeft een goed beeld van de schildertechnieken die toegepast werden tijdens de renaissance.

In het eerste hoofdstuk behandelt Cennino de voorbereiding, bv. bij welk licht kan je het beste werken, hoe snijd je een pen, hoe creëer je reliëf. In het tweede hoofdstuk verschaft hij informatie over de productie en het gebruik van kleuren. Zo geeft hij recepten om zelf pigmenten te maken, bv. zwart kan je maken uit houtskool van wijnranken, verbrande perzikpitten of roet. Bij sommige kleuren raadt hij af om zelf aan de slag te gaan, omdat het te ingewikkeld of te gevaarlijk is (bv. het op kwik en sulfer gebaseerde vermiljoen). Hij geeft ook zijn mening over de kwaliteit van de kleuren. Ultramarijn (dit is gemalen lapis lazuli, een zeer dure, intens blauwe steen – linkse flacon op de foto) prijst hij de hemel in, terwijl hij geen goed woord over heeft voor drakenbloed (sap van de drakenbloedboom).

In de volgende hoofdstukken beschrijft hij technieken volgens de aard van de drager: steen (fresco of secco), hout, ijzer, perkament, stof, glas. Hoe kan je deze dragers gladder of vlakker maken (bv. door een laag gesso aan te brengen)? Hoe kan je het best een berg weergeven op deze diverse materialen, of stoffen, water, wonden, gebouwen, gezichten, gordijnen, een perfect geproportioneerd mannenlichaam? Hij wijdt ook enkele aparte hoofdstukken aan speciale technieken zoals vergulden, vernissen en het maken van afgietsels in plaaster (bv. hoe zorg je ervoor dat de persoon van wiens gezicht je een afgietsel maakt, toch nog kan ademen).

Eén van de laatste hoofdstukken behandelt mogelijke problemen. Bij het schilderen in fresco kan het bijvoorbeeld zijn dat de kunstenaar een natte muur toegewezen krijgt. Ironisch genoeg mag de mortel- en pleisterlaag voor fresco’s niet op een natte muur aangebracht worden, dus moet de schilder weten hoe hij het oppervlak waterdicht kan maken alvorens te beginnen te werken. Nog een probleem is het pijnloos en efficiënt verwijderen van olieverf en vernis op mensengezichten (een minder bekend aspect van de schilderkunst). Cennino raadt hiervoor eigeel en heet water aan. En ten slotte heeft hij nog een waarschuwing in petto voor vrouwen (vooral de Toscaanse) die veel make-up gebruiken: “Je huid zal snel verdorren, je tanden zullen zwart worden, je zal te snel oud worden, en je zal tot de lelijkste vrouwen ter aarde behoren” (parafrasering hoofdstuk 13 – sectie 180).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: