Fonds Joseph Dochy

Een van de fondsen die de Openbare Bibliotheek in haar erfgoedcollecties bewaart, is het Fonds Joseph Dochy, een zeldzame , bibliofiele bibliotheek met prachtig ingebonden, luxueuze, lederen banden. In Dochy’s boeken is een originele ex-libris gekleefd naar een ontwerp van Jules Fonteyne (zie afbeelding), soms aangevuld met dat van zijn neef E.H.Vanden Berghe (inktstempel), die de verzameling van zijn oom aanvulde. Het Fonds Dochy is gefocused op Brugge.

Kanunnik Joseph Dochy werd geboren te Ardooie in 1900 en overleed te Brugge op negenenvijftigjarige leeftijd in 1959. Hij was bibliofiel en kunstkenner, een priester met een gedreven passie voor kunst en literatuur. Vanaf 1907 tot 1917 studeerde J.Dochy aan het Sint-Lodewijkscollege. Hij stond goed aangeschreven bij zijn medestudenten door zijn aristocratische verfijning en zijn uitgesproken voorliefde voor de letterkundige vakken en declamatie.

Na zijn studies aan het seminarie en zijn priesterwijding volgde hij Klassieke Filologie te Leuven. In het H.-Geestcollege leerde hij Antoon Viaene kennen. Hij werd door Mgr. Waffelaert in 1925 als leraar naar het Sint-Lodewijkscollege te Brugge gestuurd (1925-1932). Daar leerde hij, die zelf in zijn seminarietijd het penseel hanteerde, zijn studenten de rijkdom van de schilderkunst kennen.

Deze wetenschappelijke kennis was ook, dank zij doorgedreven persoonlijke studie, de verworvenheid van Joseph Dochy. Dit blijkt uit de bijdragen die hij publiceerde in het tijdschrift “Biekorf”. In 1939 kwam Dochy in het berek van de Biekorf en begon een reeks studies over de Vlaamse schilderkunst. De “Biekorf” kreeg een ernstig karakter door de kunstreproducties en de bronnenopgave. Daarmee groeide als werkinstrument, zijn belangrijke en fijn verzorgde boekenverzameling.Veel van de bestudeerde werken ging hij ter plekke bekijken.

Onder de vele vrienden telde hij Emile Renders (Diksmuide 1872 – Brugge 1956), een gespecialiseerd kenner van de Vlaamse primitieven. In de bibliotheek van Dochy bevindt zich een prachtig album met tekeningen van Renders over Brugse volkstypen.

In 1932 en dit tot 1936 werd Dochy principaal te Moeskroen, en daarna te Brugge aan het Sint-Lodewijkscollege (1936-1947). Voor het eeuwfeest van het college schreef hij in 1936 een gedenkboek. Na W.O. II schreef hij in 1947 een “Gids van de schilderkunst te Brugge”, waarvan herdrukken verschenen in het Nederlands en Frans.

In 1947 werd hij aangesteld tot pastoor te Blankenberge en later in diezelfde functie in 1957 te Brugge in de Sint-Salvatorskathedraal. In 1951 werd het “West-Vlaams Christelijk Kunstenaarsverbond” gesticht en in 1952 verscheen het eertse nummer van “West-Vlaanderen” (nu “Vlaanderen”), waarvan Joseph Dochy de moderator werd. Als kenner van de Sint-Salvatorskathedraal wijdde hij een extra nummer aan deze hoofdkerk. (West-Vlaanderen, 1959).

In 1958 werd hij benoemd tot de eerste voorzitter van “De Vrienden van de Brugse Musea”.

Het provinciebestuur West-Vlaanderen betrok Dochy in 1959 bij de eerste vergadering van het toenmalige “Cultuur- en Kunstbeleid van de Provincie West-Vlaanderen”

Joseph Dochy’s neef E.H. Robert Vanden Berghe vulde de collectie van zijn oom aan. De verzameling is overwegend geschiedkundig van aard, met het accent op Brugge.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: