Chouleurs in handschrift 251

Het aantal sporten en vermakelijkheden waarbij een bal te pas komt is haast niet te tellen. Over de hele wereld verspreide sporten zoals voetbal, tennis, basketbal, volleybal, waterpolo, (ijs)hockey, golf en rugby, maar ook de minder algemeen bekende balspelen als beugelen, krulbollen, gaaibollen, petanque, krachtbal, kegelen, cyclobal enz. zouden niet bestaan zonder het gebruik van een bal.

Eeuwenlang al vermaakt de mens zich ermee om na de gedane arbeid, in zijn vrije tijd of bij verplichte zondagsrust met een bal te gooien, ertegen te schoppen, te slaan met handen, rackets en stokken, te voet, te paard, per fiets, te land, te water, binnen, buiten, in de zomer, in de winter, dit alles voor zijn eigen vermaak, lichaamsbeweging en sociale status.

Al vaker leidden de “drolerïeën” in de randversiering in ons ms. 251, Vincentius van Beauvais, Speculum doctrinale (eind 13de eeuw) tot een bespreking. Ook nu lichten zij een tipje op van de sluier over het volksvermaak in het middeleeuwse graafschap Vlaanderen.

Op folio 149r zien we centraal onderaan een groepje chouleurs in volle actie. Het choulen of tsollen was in de middeleeuwen zeer populair in het graafschap Vlaanderen en het huidige Noord-Frankrijk/Picardië. Meer bepaald het choule à la crosse was zeer bekend. Het is een op hockey lijkend balspel dat in het open veld gespeeld wordt, en waarbij twee teams elkaar de eivormige, houten bal, de zgn. choulette, betwisten en hem in een tegenovergestelde richting slaan. De doelen liggen vaak op grote afstand van elkaar, soms meerdere kilometers, en kunnen een schuurdeur zijn, een dorpspomp, een kerk, of een molen.

Vanaf een bepaald ogenblik besliste men de spelers om de beurt te laten slaan: drie slagen voor de aan slag zijnde ploeg (de chouleurs), en één tegen-slag door de andere ploeg (de déchouleurs) die het de chouleurs zo moeilijk mogelijk moest maken. Het doel moest bereikt worden binnen een vooraf bepaald aantal slagen. Het spel kreeg de naam jeu de la crosse. Het wordt nog gespeeld in Henegouwen en Picardië, en werd nauwkeurig beschreven door Emile Zola in zijn boek Germinal. Crosse is het slaghout met ijzeren kop waarmee choule gespeeld wordt.

De afbeelding in ms. 251 toont duidelijk de twee teams midden in het spel. Zij zijn te herkennen aan de witte, respectievelijk zwarte slagstokken. Twee spelers betwisten elkaar de bal die op de grond ligt. Een derde geeft aanwijzingen (in verband met het doel?), en een vierde staat klaar om in te grijpen. De slaghouten zijn onderaan gekromd en doen denken aan herdersstokken (zgn. makke) én aan moderne hockeysticks. Het doel bij het choulen was meestal een in het landschap herkenbaar element. De aanwezigheid van een (eveneens zeer vroege) staak- of standaardmolen afgebeeld in de rechtermarge van dezelfde folio is dan ook wellicht niet toevallig…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: