Toch een remedie tegen boze schoonmoeders…

Godelieve van Gistel (°ca. 1050, marteldood op 06.07.1070, heiligverklaring 30.07.1084, feestdag 6 juli) is al eeuwenlang een van de bekendste Vlaamse volksheiligen. Zij is de patrones van de kleermakers en wordt aanroepen bij keelziekten, oogziekten, echtelijke ruzies en … boze schoonmoeders. Regen op haar feestdag betekent regen voor zes weken. Elk jaar, op de eerste zondag na 6 juli, gaat in Gistel de befaamde Godelieveprocessie uit, dit jaar dus op 10 juli.

De eerste die Godelieves dramatische levensverhaal noteerde was Drogo, een monnik uit de voormalige benedictijnerabdij van Sint-Winoksbergen (nu Bergues in Noord-Frankrijk). Hij stelde zijn Vita Godeliph samen in opdracht van Radbout, bisschop van Noyon-Doornik, als een petitio, een juridisch document met het oog op haar heiligverklaring en baseerde zich daarbij, naar eigen zeggen, op verklaringen van ooggetuigen en tijdsgenoten. Drogo’s vita is een merkwaardige exponent van het 11de-eeuwse hagiografische genre en kadert volledig in de bloeiende relikwieënverering van die tijd. In 1982 verscheen van de Vita Godeliph een Nederlandse vertaling van de hand van Stefaan Gyselen.

Godeliph werd geboren rond 1050 op het slot Londresfort bij Bonen (nu Boulogne-sur-Mer in Noord-Frankrijk). Haar vader, de edele Heinfried, en haar moeder Odgiva huwelijkten haar uit aan Bertulf, zoon van de rijke burggraaf van Gistel. Vanaf haar eerste dag in Gistel begon Bertulf zijn echtgenote te haten, daartoe aangezet door zijn moeder. Tijdens het driedaagse huwelijksfeest schitterde hij door afwezigheid, zijn moeder was procurator. Achteraf liet hij zijn vrouw achter in de woning die voor hen beiden bestemd was, en ging zelf bij zijn vader wonen. Het huwelijk werd dus niet geconsumeerd, en Bertulf en zijn moeder deden er alles aan om Godelieve het leven onmogelijk te maken en zo van haar af te geraken. Maar Godelieve verdroeg moedig alle vernederingen en bleef standvastig in haar huwelijk. Op aanraden van buren en verwanten vluchtte zij ten slotte in deerniswekkende toestand naar haar ouders. Na voorlegging van de zaak aan de bisschop en de graaf moest Bertulf Godelieve weer bij zich nemen. Hij veinsde verzoening, maar liet haar uiteindelijk wurgen door twee knechten, Lanthbert en Hacca, die haar lichaam in een waterput gooiden. De moord bleef ongestraft. Weldra deden zich op verscheidene aan Godelieve gelieerde plaatsen en gelegenheden wonderen voor, waarvan Drogo er enkele beschrijft met het oog op haar heiligverklaring.

Drogo’s Vita Godeliph werd voor het eerst gepubliceerd in 1926, nadat zij was ontdekt in een handschrift uit de cisterciënzerabdij Clairmarais te Saint-Omer (Noord-Frankrijk). Dit handschrift maakte deel uit van het Magnum legendarium Flandrense, een zeer omvangrijke, 12de-eeuwse hagiografische collectie samengesteld in Noord-Frankrijk en/of Vlaanderen. Ms. 403 en 404 van de Openbare Bibliotheek Brugge zijn twee getuigen daarvan, afkomstig uit de cisterciënzerabdij Ter Doest. Ms. 404 bevat de vita van Godelieve.

In de 14de eeuw ontstond de Godelievelegende, waarvan enkel de zgn. Legenda Anonymi is overgeleverd, wellicht het werk van een monnik uit de benediktijnerabdij te Sint-Andries (Brugge). Deze Legenda is een meeslepend, erudiet verhaal dat inhoudelijke elementen en mirakels vermeldt die bij Drogo niet voorkomen. Ligt de klemtoon in de Vita Godeliph op de maagdelijkheid van Godelieve, dan verschuift die in de legende naar haar martelaarschap (goddelijke bescherming en navolging van Christus). De Legenda Anonymi had een grote invloed op de Godelievecultus en diende als basis voor latere publicaties in volksboeken.

De belangstelling voor de H.-Godelieve is tot vandaag levendig gebleven. Literaire werken, strips en wetenschappelijke bijdragen getuigen hiervan. In Sacris Erudiri (XX, 1971) verschenen diverse bijdragen n.a.v. het Internationale Colloquium te Gistel (24-26.08.1970) bij het 9de eeuwfeest van Godelieves marteldood. Hier vind je de wetenschappelijke bijdrage van Paul Jakob Brüggemann over de Godelievelegende (Münster, 05.05.2010).

In de reeks Archiefbeelden verscheen in juni 2010 “Sint-Godelieve in Gistel – Kerk, abdij en processie“, een publicatie van de hand van Filip Debaillie (2010).

Recent wijdde Dra. Nele Gabriëls in haar doctoraatsverhandeling over het liedboek van Zeghere van Male een hoofdstuk aan het anonieme motet Salve quadruplicem gestans Godeleva coronam, waarbij ook de heilige Godelieve in het vizier komt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: