Eenhandsfluit en trom in ms. 251 (eind 13de eeuw)

De eenhandsfluit en trom is de instrumentale combinatie van een met één hand bespeelde fluit en een ronde tweezijdige trom waarop de fluitspeler zichzelf met de andere hand ritmisch begeleidt. De eenhandsfluit is een kernspleetfluit (1) met een cilindrische boring, een mondstuk bovenaan en drie toongaatjes onderaan: twee vooraan voor de wijs- en middelvinger en een duimgat achteraan. De ringvinger en pink ondersteunen het instrument tijdens het spelen. Door middel van een overblaastechniek is het mogelijk een diatonische toonladder met een toonbereik tot soms twee octaven te spelen.

 In de periode 1450-1650 was de eenhandsfluit en -tromcombinatie een geliefd dansinstrument, niet alleen in de volksmuziek maar ook in de hogere kringen en bij de burgerij. Zij weerklonk vooral bij openluchtfeesten, danspartijen, stoeten en ander vermaak door narren, jongleurs en kermismuzikanten. In Engeland werden o.a. de morrisdansers door de pipe and tabor begeleid (in dit videofragment zie je rechts een eenhandsfluitspeler met trom).  Tegenwoordig is de txistu eta tamboril het nationale instrument van het Baskenland, maar ook in de Provence (galoubet et tambourin), Spanje, Portugal, en zelfs op het Amerikaanse continent is de combinatie populair. Anderzijds staat het vast dat eenhandsfluit en trom ook in de Lage Landen eeuwenlang vaste elementen in de muziekcultuur waren.

In Vlaanderen komen afbeeldingen van eenhandsfluit en trom in handschriften voor vanaf het laatste kwart van de 13de eeuw. De Openbare Bibliotheek Brugge bewaart een heel mooi voorbeeld daarvan in het Speculum Doctrinale van Vincent van Beauvais (ms. 251, 4e kwart 13de eeuw). Een zgn. drolerie in de marge van fol. 191r toont ons een eenhandsfluitspeler (H =29 mm) in volle actie. Met een trommelstok in zijn rechterhand slaat hij op een ondiepe trom, vastgemaakt met een witte riem rond zijn rechterschouder en geklemd tussen zijn linkerwang en horizontaal gehouden linkerelleboog. Met zijn linkerhand bespeelt hij de eenhandsfluit. Deze speelhouding wijkt af van de latere en huidige, waarbij de trom gewoon aan een riem of lint van de linkerarm of –schouder naar beneden hangt en de speler gewoon voor zich uit kijkt.Voor de muzikant zien we een dansend hondje. Aan zijn houding te zien, beweegt de muzikant zelf ook mee op het ritme.

Handschrift 251, afkomstig uit de voormalige abdij Ter Doest in Lissewege ten noorden van Brugge, behoort tot een groep handschriften die eind 13de eeuw ontstonden in het huidige Noord-Frankrijk, het vroegere graafschap Vlaanderen. De drolerie met de eenhandsfluitspeler is dan ook een zeer vroege afbeelding. In het handschrift wordt zij gecombineerd met de (voor onze regio ook al zeer vroege) afbeelding van een poppenkast met poppen én publiek en een harpspelende nar op dezelfde folio. Samengenomen kunnen we een volks, rondtrekkend kermisgezelschap veronderstellen, zoals die in de 13de eeuw voorkwamen.

Ook het het bassus-schrift van het liedboek van de Brugse handelaar en kroniekschrijver Zeghere Van Male toont een eenhandsfluit en trom, hier in de handen van een nar op stelten. Het liedboek ontstond te Brugge in 1542, en wordt thans bewaard in de Bibliothèque Municipale te Cambrai. Deze afbeelding illustreert het gebruik van de eenhandsfluit en trom bij de hogere sociale klasse.

Tot nu toe werden in de Lage Landen een 15-tal eenhandsfluiten teruggevonden, vooral in Zeeland en Zuid-Holland. Dat is meer dan in de rest van Europa samen. De oudste daarvan is Brugs : een bukshouten exemplaar (L. 47 cm!) dat in 1990 werd ontdekt bij graafwerken op de site van de vroegere Eeckhoutabdij, nu Garenmarkt. Deze Brugse eenhandsfluit, gedateerd ca. 1500, werd eind 2007 opgenomen in de topstukkenlijst van het culturele erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap en wordt thans bewaard in het Bruggemuseum Archeologie. De tekst in het Belgisch Staatsblad spreekt van een “wereldunicum”.

In het gezelschap van deze Brugse fluit (ca. 1500) en de afbeelding in het liedboek van Zeghere Van Male (Brugge, 1542) vormt de drolerie in ms. 251 (eind 13de eeuw) van de Openbare Bibliotheek Brugge een precieus getuigenis van het bestaan en het gebruik van de eenhandsfluit en –tromcombinatie in de muziekcultuur in het graafschap Vlaanderen vanaf de 13de eeuw.

Sinds de volksmuziekrevival in de tweede helft van de 20e eeuw worden ook in ons land weer eenhandsfluiten en fijfers (kleine houten dwarsfluit) gemaakt en bespeeld.

(1) de toon ontstaat doordat de ingeblazen luchtstroom wordt gesplitst. Bij de randgeblazen fluiten wordt over een opening heen geblazen. De door één persoon bespeelde combinatie eenhandsfluit en trom is dan ook niet te verwarren met de later ontstane fijfer en trom, waarvoor twee personen nodig zijn.

Over de eenhandsfluit : Wim Bosmans : Eenhandsfluit en trom in de lage landen. – Peer : Alamire Muziekuitgeverij, 1991 en     Wim Bosmans, Traditionele muziek uit Vlaanderen. – Leuven : Uitgeverij Davidsfonds nv , 2002.

Advertenties

2 Responses to Eenhandsfluit en trom in ms. 251 (eind 13de eeuw)

  1. […] Eenhandsfluit en trom – blog Openbare Bibliotheek Brugge […]

  2. […] souleurs, de eenhandsfluit- en tromspeler, en de poppenkast met publiek die we al vroeger met een blogtekst vereerden, zijn enkele […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: