Middeleeuws Latijn

Wie middeleeuwse boeken wil lezen, kan maar beter goed opgelet hebben tijdens de lessen Latijn in de humaniora. Het Latijn was in West-Europa namelijk de taal bij uitstek voor geschreven documenten. Dit middeleeuwse Latijn is de directe afstammeling van het geleerde, klassieke, schoolse, geschreven Latijn (zoals we dat kennen van Cicero en consoorten). Het is zeker niet te verwarren met vulgair Latijn of volkslatijn. Dat is het Latijn dat in de Oudheid werd gesproken op straat, bijvoorbeeld door Romeinse soldaten, en dat aan de basis ligt van de moderne Romaanse talen (bv. Italiaans, Frans, Spaans, Portugees, Roemeens).

De Kerk, die het Latijn had geadopteerd als officiële taal, heeft een belangrijke rol gespeeld in het bevestigen van het Latijn als de lingua franca in West-Europa. Eerst verspreidden missionarissen via hun bijbels en rituelen het Latijn tot in de verste uithoeken van het Christendom. Daarna, toen de structuur van de Kerk georganiseerd werd rond de paus (in de 11de eeuw), verleenden de pauselijke rechtbanken en administraties een zeker prestige en een officiële status aan de taal.

Het middeleeuwse Latijn verschilt in principe niet veel van het klassieke Latijn. Cicero zou in staat zijn geweest om middeleeuwse teksten te lezen, mits een beetje verduidelijking hier en daar. Deze stabiliteit is te danken aan het feit dat het Latijn niet mondeling werd aangeleerd van ouder op kind, maar altijd via geschreven grammaticaboeken, waardoor er simpelweg niet veel ruimte was voor variatie en afwijkingen. Maar toch verschilt het middeleeuwse Latijn van het klassieke Latijn (anders zou dit artikeltje nogal zinloos zijn).

Ook hierin heeft de Kerk (onbewust) een belangrijke rol gespeeld. Het Latijn van de Bijbel week namelijk af van het klassieke Latijn doordat het sterk beïnvloed was door het Hebreeuws en het Grieks (de oorspronkelijke talen van de bijbelboeken). Via de kerkelijke instanties kwamen kenmerken van dit Bijbelse Latijn terecht in het gewone Latijn (bv. het gebruik van quod, quoniam en quia om de indirecte rede in te leiden: dixit quod…). Met de uitbreiding en organisatie van de Kerk kwam er ook de noodzaak om een nieuwe woordenschat te creëren voor nieuwe functies (bv. frater betekende niet enkel “broer” meer) of concepten (bv. trinitas: “Drievuldigheid”).

Maar ook los van de invloed van de Kerk ontstonden er verschillen. Nieuwe woorden werden gecreëerd om tegemoet te komen aan een wereld in verandering. Denk maar aan de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen in de middeleeuwen, zoals de uitvinding van nieuwe soorten wapens (bv. alabarda: “hellebaard”, bombarda: “groot kanon”) of de ontdekking van nieuwe werelddelen en culturen. Maar ook in het dagelijkse leven kwamen dingen voor die niet bestonden in de Oudheid (bv. andere mode, ander eten). Vaak werd voor deze dingen een nieuw Latijns woord gemaakt op basis van hun naam in de volkstaal. Zo werden de namen van courante meeteenheden van Germaanse oorsprong simpelweg verlatijnst (bv. tonellus: “ton”). Cicero zou zich waarschijnlijk ook in het haar gekrabd hebben bij het lezen van woorden als burchgravius (“burggraaf”) of stiremannus (“stuurman”).

Het middeleeuwse Latijn wordt ook gekenmerkt door talrijke kleine morfologische en syntactische verschillen, bv. het stijgende gebruik van voorzetsels in plaats van naamvallen of om de betekenis van de naamvallen te versterken. Zo wordt uiteindelijk in een moderne Romaanse taal als het Frans de genitief uitgedrukt met een voorzetsel (le livre de Pierre), en niet meer met een uitgang (liber Petri). Ook de schrijfwijze van woorden kan verschillen, zo worden de klassieke ae en oe vaak geschreven als e (bv. poena als pena, “straf”), en ti als ci (bv. tertium als tercium, “derde”).

Tot ongeveer de 14de eeuw (afhankelijk van de regio) werd in geschreven documenten bijna uitsluitend het Latijn gebruikt voor wetenschap, administratie (bv. testamenten), literatuur en religie. Pas daarna werden stilaan de volkstalen gebruikt voor gewichtige zaken. Het middeleeuwse Latijn werd vanaf de 15de eeuw vervangen door het humanistische of Neo-Latijn, dat een terugkeer naar de klassieke regels inluidde.

In Medieval Latin, An introduction and bibliographical guide worden alle instrumenten aangereikt voor de studie van het middeleeuwse Latijn. Voor concrete voorbeelden en gerichte oefeningen, is er de Manuel pratique de latin médiéval. Wie toch nog even het water wil testen alvorens onze middeleeuwse manuscripten te vertalen, kan een beroep doen op het handboek Traduire le latin médiéval, manuel pour grands commençants.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: