O wonderlic werc

Nieuwe bron op www.historischebronnenbrugge.be
Sinds 18 mei maakt de bezoeker van de website http://www.historischebronnenbrugge.be kennis met een nieuwe bron: “O wonderlic werc”, een 15de-eeuws handschrift uit de collectie van de Openbare Bibliotheek Brugge. Het handschrift bevat zes devotiegedichten van Anthonis de Roovere en andere dichters. Het is meteen de oudste bron waarin deze teksten van De Roovere voorkomen. Op http://www.historischebronnenbrugge.be geven diverse auteurs tekst en uitleg over het handschrift.

Een laatmiddeleeuws devotieboek uit Brugge
Het handschrift is een devotieboek, met vijf berijmde gebeden en één korte prozatekst. Het huidige handschrift maakte oorspronkelijk deel uit van een meer omvattend getijdenboek, dat tot stand kwam in Brugge, kort na het midden van de 15de eeuw.  Het manuscript functioneerde in sfeer van de privédevotie, aanvankelijk wellicht in Brugge, vanaf de vroege 16de eeuw in Ieper en Zuid-Vlaanderen. De Openbare Bibliotheek Brugge kocht dit handschrift in 2010 aan bij een Nederlandse antiquaar en brengt daarmee het handschrift opnieuw naar haar oorspronkelijke habitat.

Devotiegedichten
Johan Oosterman, hoogleraar Oudere Nederlandse letterkunde aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen, identificeerde de zes teksten. Twee gedichten komen ook voor in het Gruuthusehandschrift, twee andere gebeden zijn van de Brugse stadsdichter Anthonis de Roovere (ca. 1430-1482). Dit manuscript is overigens de oudste bron waarin deze teksten (Lof van het heilig sacrament en een lofdicht tot Maria) van De Roovere voorkomen. Verder bevat het handschrift een gebed over de vijftien vreugden van Maria. De korte prozatekst met uitspraken van de kerkvader Gregorius de Grote werd later toegevoegd. Alle teksten zijn uit andere bronnen bekend, maar de variante vorm van de vijf berijmde gebeden die uitgesproken Brugs van taal zijn,wettigde een volledige kritische editie, uitgevoerd onder toezicht van Johan Oosterman en nu online raadpleegbaar op www.historischebronnenbrugge.be.

Anthonis de Roovere (ca. 1430-1482)
Al tijdens zijn leven werd Anthonis de Roovere meer dan eens geprezen en bekroond. Als zeventienjarige won hij een wedstrijd in de Brugse rederijkerskamer. Vanaf dat moment mocht hij zich Prins van Retorica noemen. Het grootste eerbetoon viel hem ten deel in 1466, toen hij op initiatief van Karel de Stoute, die een jaar later de hertog van Bourgondië zou worden, een jaarlijkse toelage van de stad ontving. De Roovere manifesteerde zich op allerlei terreinen. Hij schreef gedichten die gebruikt werden bij belangrijke processies, hij schreef komisch en spottend toneel, maar ook werk dat belangrijke gebeurtenissen in het leven van de stad moest markeren. Zijn dood in 1482 kwam onverwacht en als een schok: ‘O doodt tfy hebdy ons dit ghedaen.’ Zijn stem werd node gemist.

Onderzoek en poëtische creatie
Multidisciplinair onderzoek brengt dit handschrift opnieuw tot leven. Diverse auteurs geven tekst en uitleg over de inhoud van het handschrift, de dichter Anthonis de Roovere, de  schitterende miniaturen en de herkomst. De Brugse dichteres Delphine Lecompte, in 2010 winnares van de C. Buddingh’-prijs voor het beste poëziedebuut, liet zich inspireren vanuit De Rooveres Marialof, Och alder glorieuste drachte en creëerde een nieuw gedicht.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: