Driehonderd jaar geleden: twee geleerde monniken bezoeken Brugse bibliotheken

14/06/2013

Monniken in Brugge“Voyage littéraire de deux religieux bénédictins” is het reisverhaal van twee Franse benedictijnen door Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden in de jaren 1709 tot 1713. Het gedrukte verslag van hun wedervaren werd in Parijs uitgegeven in 1717. Onze bibliotheek bezit twee exemplaren. In het exemplaar in de verzameling van Michiel English is een heraldisch ex-libris aanwezig, waarbij de naam van de bezitter is uitgeradeerd. English, boekenliefhebber en archivaris van het bisdom Brugge van  1933 tot 1962, bezat ook het vervolgdeel van deze “Voyage littéraire” uit 1724.

Het tweede exemplaar in onze bibliotheek steekt in een fraaie, eigentijdse band (kalfsleer over bord, goudstempeling, gemarmerde snede) en is afkomstig uit de voormalige cisterciënzerabdij Ten Duinen in Brugge. Deze herkomst is niet toevallig, want de twee geleerde benedictijnenmonniken, Edmond Martène en Ursin Durand, brengen in dit boek ook verslag uit van hun bezoek aan Brugge, én aan de Duinenabdij. Het was één van de 800 kloosters en abdijen die ze in die jaren met een bezoek vereerden, op zoek naar materiaal om een nieuwe “Gallia Christiana” samen te stellen, een geleerd overzichtswerk van de Franse bisdommen. Ook onze gewesten stonden eeuwenlang onder Franse invloed.

Uiteraard zijn we benieuwd naar de belevenissen van Martène en Durand in Brugge: welke bibliotheken bezochten ze, wat waren hun ervaringen, zo kort na 1700. Het antwoord is te vinden in het tweede deel van het boek, op bladzijden 191 en 192. Beide reizigers spaarden hun lof voor onze stad niet: “l’une des plus grandes & des plus belles villes des pays-bas”, de straten zijn er breed, de huizen en vooral het stadhuis “superbes”, de pleinen “grandes et magnifiques”. De stad is verbonden met kanalen die voor een levendige handel zorgen, “les richesses sont immenses”. In het bijzonder wordt verwezen naar de Bourgondische praalgraven in de Onze-Lieve-Vrouwekerk; ook “la Vierge en marbre blanc”, dit is de Madonna van Michelangelo, wordt als bijzonder aangestipt.

Dan komen ze terzake: de stad telt ongeveer 50 kloosters, met onder meer zeven abdijen. De Sint-Andriesabdij (voorloper van wat we vandaag kennen als de abdij van Zevenkerke) is de oudste; de Duinenabdij de meest bekende. Er is een grote bibliotheek, vooral ook een schat aan middeleeuwse handschriften (vandaag bewaard in onze bibliotheek en in het Grootseminarie).

De monniken-reizigers verbleven zeven of acht dagen in Brugge, en vertrokken vervolgens naar Gent.


Magazijnwerken in de Biekorfbibliotheek

12/06/2013

Ret Pack 002Zit u ook soms in de leeszaal om magazijnwerken op te vragen? Hebt u ook al de fichebakken tegen de muur zien staan, of meer nog, werken erin opgezocht? Vindt u het ook niet meer van deze tijd? Binnenkort zijn ze ook écht passé. De bib heeft namelijk een heuse “flashmob” opgezet om al die honderden magazijnwerken in een heuse moderne online catalogus in te voeren. Het resultaat vindt u terug in onze Cabrio catalogus.

We hopen hiermee het leven een stukje eenvoudiger te maken voor alle onderzoekers en schrijvers van papers en eindwerken.

Zoals u op de foto ziet, zitten we nog volop in de werkzaamheden.  Nadien moeten de puntjes nog op de i gezet worden.  In de overgangsperiode kunnen werken zowel op het tabblad”Algemeen” als op het tabblad “Erfgoed” terug te vinden zijn. Sowieso vindt u enkel een beperkte beschrijving zonder verdere details. De collega’s van de leeszaal kunnen de werken wel terugvinden en opvragen in het magazijn.  Dus als er vragen zijn, één adres …


Guido Gezellegenootschap op bezoek

05/06/2013

Op zaterdag 25 mei bracht het Guido Gezellegenootschap een bezoek aan het Guido Gezellearchief van de openbare Bibliotheek Brugge. Het genootschap werd opgericht in 1961 met als doel het werk van Gezelle levend te houden en de Gezellestudie te bevorderen. De onderzoeksresultaten van het genootschap worden gepubliceerd in het tijdschrift Gezelliana.

Tijdens een workshop verdiepten de leden hun kennis van de werking van het archief. Er werd ruim stilgestaan bij de bewaring van de broze erfgoedstukken. Vervolgens passeerden een reeks archiefstukken de revue, waaronder aanwinsten en nieuw materiaal dat bij de inventarisatie werd geïdentificeerd. Boeken uit Gezelles eigen bibliotheek werden bekeken. De potloodonderstrepingen en soms zelfs tekeningen toonden aan dat ze voor Gezelle echte gebruiksvoorwerpen waren. Ook was er aandacht voor enkele bijzondere Gezelle-edities. Uit het papieren archief werden poëziehandschriften opgediept, waaronder “Die avond en die Rooze”. Verder ging het om taalkundige verzamelingen zoals de woordentas, piepkleine fiches met klankwisselingen, een kaartspel waarop Gezelle taalkundige notities maakte. Ook Gezelles prozawerk, de briefwisseling en de fotocollectie kwamen aan bod. Er werd afgesloten met een aantal opmerkelijke stukken zoals het haarlokje van Gezelle en het afgietsel van de hersenen van Gezelle.


Jan IV van Gruuthuse : een glasraam door Jan Verbrugge (1788), een litho door Edouard Daveluy naar Jean-Jacques Gailliard (1850)

31/05/2013

Jan IV van Gruuthuse
Jan Karel Verbrugge               Jean-Jacques Gailliard
Bruggemuseum 0.3102.II    Openbare Bibliotheek Brugge B 1

In zijn werk ”Revue pittoresque des monuments qui décoraient autrefois la ville de Bruges, et qui n’existent plus aujourd’hui, pour servir de complément aux Ephémérides brugeoises” uit 1850, vinden we een litho van een glasraam van Jan IV Van Gruuthuse uit de Brugse Onze-Lieve-Vrouwekerk.

Jean Jacques Gailliard en ons verdwenen Erfgoed.
Op 7 januari 1835 wordt bij koninklijk besluit een commissie voor monumenten opgericht. Simplistisch gezegd : de jonge staat België heeft behoefte aan een nationale identiteit. Deze identiteit werd onder meer gezocht in het verleden, door een inventaris te maken van verdwenen monumenten en kunstwerken. Tevens waren publicaties nodig van de vele door de Franse Revolutie verdwenen grafmonumenten en opschriften die adellijke families nodig hadden als bewijs voor hun herkomst.

Een van de bezorgers van dergelijke publicaties was Jean Jacques Gailliard, geboren te Brugge op 5 juni 1801, als zoon van de boekbinder Bernard Jozef Gailliard. Hij was drukker met een zaak in de Breidelstraat, historicus en genealoog en realiseerde belangrijke publicaties over de Brugse geschiedenis, onder meer zijn Inscriptions funéraires et monumentales … de Bruges (1861-1867) en zijn Revue pittoresque des monuments qui décoraient autrefois la ville de Bruges. Hij overleed te Brugge op 14 juli 1867. Zijn zoon Edouard had een drukkerij in de Oude Burg en de in Steenstraat.

Een verdwenen glasraam van de familie Gruuthuse.
De Openbare Bibliotheek Brugge bewaart in haar erfgoedcollecties onder signatuur ms. 449  de grafschriftenverzameling van Ignace-Michel De Hooghe (+1715), ook bekend als het handschrift De Hooghe. De volledige titel luidt : Versaemelinghe van alle de sepulturen, epitaphien, besetten, wapens ende blasoenen, die gevonden worden in alle de kercken, kloosters, abdyen, capellen ende godshuysen, binnen de stad van Brugge.
Het handschrift bevat belangrijke heraldische informatie. Op folio 171 vinden we afbeeldingen van een glasraam van Jan IV Van Gruuthuse (vader van Lodewijk) met zijn kwartierstaat : Glase veinster in de Capelle van d’Heer van Gruuthuyse met syne figuere, Standaert van syn huys. Dit glasraam werd tijdens de Franse Revolutie vernietigd.De tekening moet rond 1700 vervaardigd zijn.

Jan Karel Verbrugge (1756-1831), een Brugs schilder en tekenaar, heeft juist vóór de Franse Revolutie een tekening van dit glasraam gemaakt. Geïnspireerd op De Hooghe? Het glasraam was toen, volgens het bijschrift, in slechte staat en bevond zich naast de bidkapel van de Heren van Gruuthuse in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge. In 1811 zou Verbrugge deze tekening (een kopie uit 1788) overhandigd hebben aan Joseph-Basile van Praet (1752-1837), toen bibliothecaris van de Bibliothèque Nationale te Parijs.

Jean Jacques Gailliard illustreerde zijn Revue pittoresque des monuments qui décoraient autrefois la ville de Bruges … met eigen tekeningen, naar originelen van kunstenaars als Jan Beerblock (1739-1806), Brugs schilder en tekenaar, of van Jan Karel Verbrugge (1756-1831). Al deze tekeningen worden bewaard in het Bruggemuseum (Steinmetzkabinet).. Zij werden door Edouard Alexis Daveluy (1812-1894) drukker aan de Groene Rei, of door Edouard De Lay-De Muyttere (1816-1857) drukker uit de Sint-Amandsstraat, overgezet op lithografie of steendruk. Gailliard tekende dit glasraam naar Verbrugge en liet het door Daveluy lithograferen.

In zijn boek bespreekt Gailliard een lijst van het toen, in de 19de eeuw, verdwenen bouwkundig erfgoed uit Brugge. Verdwijningen die te wijten waren aan de Franse Revolutie, de Reformatie, verval of afbraak.
Jean Jacques Gailliard wilde meer dan een inventaris, hij voegde er historische en archeologische gegevens aan toe. Langs deze typografische weg werd dit verloren gegane erfgoed aan een groter publiek geopenbaard en wilde hij Brugge toevoegen aan de nationale identiteit van onze jonge staat.


Een onbekende foto van Guido Gezelle?

17/05/2013

Gezelle?Herkennen we een onbekend portret van Gezelle op deze foto uit het Brugse stadsarchief (FO/C00034)? Op de eretribune van een Brugse stoet uit 1896 treffen we tussen de geestelijken een figuur aan die een opvallende gelijkenis vertoont met Guido Gezelle: de typische wat voorovergebogen houding, het voorhoofd en de haarinplanting… Het zou een unicum zijn, want er bleven nauwelijks een tiental foto’s van hem bewaard.

Op 13 en 19 juli 1896 trok een stoet door de Brugse straten als eerbetoon aan de zaligverklaring van Idesbaldus van der Gracht. Hij was de derde abt van de abdij Ter Duinen, die overleed in 1167. Vijf eeuwen later ontdekten monniken van de abdij een loden kist met het nog steeds intacte lichaam van de abt. De verering van Idesbaldus werd een feit. In 1831 vonden zijn stoffelijke resten, na vele omzwervingen, een onderkomen in de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Potteriekerk van Brugge. Paus Leo XIII verklaarde hem zalig in 1894.

Gezelle was in elk geval betrokken bij deze festiviteiten. In 1894 schreef hij op vraag van directeur Henrik Rommel het lied “Idisbald voor de prijsuitreiking van het Sint-Lodewijkscollege, op muziek van oud-leerling Joseph Ryelandt. Naar aanleiding daarvan verzocht de pastoor van O.L.V. ter Potterie, Constant van Zieleghem, hem op zijn beurt om een lied te schrijven voor de komende feesten in Brugge. Gezelle schreef  “Een beevaartslied voor Idisbald in 1895. Het evenement werd echter een jaar uitgesteld vanwege het overlijden van de bisschop. Alle dekenijen van West-Vlaanderen zetten hun beste beentje voor. Gezelles lied opende het tweede (historische) gedeelte van de stoet op indrukwekkende wijze: een tweestemmig koor vergezeld van Thebaanse trompetten en fanfare. “Een echte zegemars”, schreven de kranten. Gezelles lied werd in het Programma-album van de feesten opgenomen. In het archief vinden we behalve de handschriften ook een brief terug waarin hij door het feestcomité bedankt werd voor zijn medewerking.

Is het Gezelle of niet? Merkwaardig toeval: Op de glasramen van de Potteriekapel, die kort na het Gezellejaar 1930 vernieuwd werden, vinden we een voorstelling van de stoet van 1896. Ook Gezelle is present.

Andere foto’s van de stoet werden door het Brugse Stadsarchief gedigitaliseerd en ter beschikking gesteld via “Beeldbankbrugge.be”. De beeldbank werd bovendien in Cabrio opgenomen waardoor je de foto’s kan bekijken via het Erfgoedtabblad.


“Lenteleven”, de eerste verhalenbundel van Stijn Streuvels

26/04/2013

In maart 1899 verscheen Lenteleven, de eerste verhalenbundel van Stijn Streuvels.

Het was Emmanuel De Bom, een goede vriend, die Streuvels op het idee bracht een verhalenbundel uit te geven. Voorheen verschenen heel wat verhalen van zijn hand in diverse tijdschriften zoals Van Nu en Straks, De Nieuwe Tijd, Biekorf, enz.

Het oorspronkelijke idee was de bundel uit te geven bij Jules de Praetere, een Gentse typograaf en kunstschilder. Het drukken duurde echter te lang en Streuvels klopte aan bij Victor De Lille. Victor De Lille was uitgever van de krant ’t Getrouwe Maldeghem en was in 1897 gestart met het uitgeven van goedkope boekjes, de Duimpjesuitgaven. Met deze reeks, die liep van 1897 tot 1926, wou De Lille auteurs de mogelijkheid bieden hun werk goedkoop uit te geven en de gewone man de kans geven boeken te kopen.

Lenteleven verscheen op 21 maart als nummer 12 in de reeks. In tegenstelling tot de eerdere Duimpjesuitgaven werd het gedrukt op beter papier en met een mooiere letter. Het boek was genaaid en droeg een rode stempel met de initialen van de auteur. Het werd gedrukt op 1600 exemplaren. 500 exemplaren kregen geen titelpagina en werden verkocht aan uitgeverij Veen in Nederland. Achteraan stond een nawoord van de uitgever: “Dat is nu Stijn Streuvels’ Lenteleven. Hebben wij te veel beloofd, toen we zegden dat, met den derden jaargang, de Duimpjesuitgave een gansch nieuw leven inging…”

Een maand later verscheen een tweede druk bij Jules de Praetere. Het was een luxe-uitgave op handgeschept papier en met perkamenten band. Er werden 100 exemplaren gedrukt.

De verkoop van de Duimjesuitgave werd een groot succes en Streuvels kreeg veel lovende kritieken, ook in Nederland. Ook voor Victor De Lille betekende dit succes een opwaardering van zijn Duimpjesuitgaven. Ze raakten bekend in heel Vlaanderen. Het boek werd echter niet overal goed ontvangen. Katholieke recensenten hadden kritiek op het realisme waarmee Streuvels Vlaanderen beschreef en sommige geestelijken raadden het boek af. Honderd seminaristen te Brugge moesten daarop hun exemplaar afstaan.

De Openbare Bibliotheek Brugge bezit een eerste druk van Lenteleven. Dit exemplaar wordt gedigitaliseerd en zal binnenkort te raadplegen zijn op www.flandrica.be.


Verfilmde getijdenboeken…

22/04/2013

IMG_1094Vorig weekend was het Erfgoeddag. Bekijk het fotoverslag van de verschillende activiteiten die de Openbare Bibliotheek Brugge organiseerde. Ter gelegenheid van dit erfgoedfeest maakte de Openbare Bibliotheek Brugge dit jaar ook een korte documentaire over middeleeuwse getijdenboeken. Dit filmpje werd getoond als inleiding op de tweedaagse tentoonstelling “Hora est: middeleeuwse getijdenboeken in de Openbare Bibliotheek Brugge”.

Sinds vandaag kan het filmpje bekeken worden op Youtube.

Onze mini-documentaire neemt de kijker mee naar een wereld van luxueuze handschriften en ingetogen devotie. De opvallende decoratie met kleurrijke miniaturen en schitterend bladgoud komt uiteraard ruim aan bod. Maar het filmpje bespreekt ook de context en de inhoud van getijdenboeken. Voor wie waren ze bedoeld, wat staat er juist in, waar en wanneer werden ze gebruikt?

Beelden van onze mooiste getijdenboeken en historische scènes wisselen elkaar af. De historische scènes schetsen de context van de gefortuneerde Bruggeling tegen het einde van de middeleeuwen. Ze zijn opgenomen in Brugge (o.a. in de Salvatorkathedraal en in B&B Nuit Blanche). De acteurs zijn werknemers van de Stad Brugge en de kostuums en attributen zijn ons vriendelijk geleend door het productieteam van de BBC-serie “The White Queen”. De muziek is van de Brugse groep Ultreya en van de Scola Gregoriana Brugensis.

Veel kijkgenot!


Conserveren en restaureren in beeld

19/04/2013

Erkende ErfgoedbibliotheekDe Openbare Bibliotheek Brugge bewaart oude boeken, sommige dateren nog van in de middeleeuwen. Bij het conserveren en restaureren van die boeken komt heel wat kijken. Met het project “De erfgoedkoffer” koppelt de bibliotheek het verleden ook aan de toekomst. Meer info hierover in het filmpje dat tot stand kwam dankzij de samenwerking tussen de Openbare Bibliotheek Brugge, Erfgoedcel Brugge en Focus-Wtv.


Wereld in woorden: de Nederlandse literatuur in de 14de eeuw door Frits Van Oostrom

12/04/2013

Frits van Oostrom, hoogleraar in Utrecht en in literaire middens vooral bekend van zijn baanbrekend werk over Jacob van Maerlant (“Maarlants wereld”, AKO-Literatuurprijs 1996), komt op donderdag 16 mei om 20 uur zijn nieuwste boek voorstellen in Hoofdbibliotheek Biekorf.

Van Oostrom leverde met “Wereld in woorden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300-1400” een indrukwekkend boek af. Tegelijk is het ook een vlot geschreven verhaal. “Wereld in woorden” toont ons een heel ander gezicht van de veertiende eeuw: het is de eeuw van de pest en ander onheil, maar ook een eeuw van vernieuwing en creativiteit, zoals blijkt uit de Nederlandse literatuur van deze periode.

De voordracht is gratis. Inschrijven hoeft niet. De organisatie is in handen van de Openbare Bibliotheek Brugge i.s.m. de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.


Herman Pleij met lezing in Brugge

05/04/2013

De triomf van literair zelfbewustzijn onder een stedelijke elite
Lezing door dr. Herman Pleij

Brugge circa 1400. Een onbekende opdrachtgever laat enkele kopiisten 16 gedichten, 7 gebeden en 147 liederen bundelen in wat vandaag het Gruuthusehandschrift heet. Egidius waer bestu bleven is wellicht het bekendste lied uit de bundel.

Vandaag is het Gruuthusehandschrift een unieke bron van onschatbare waarde voor de Middelnederlandse letterkunde. Maar het handschrift heeft tegelijkertijd duidelijk zijn plaats binnen de literaire context van de Nederlanden én Europa. Herman Pleij schetst in zijn lezing het literaire en cultuurhistorische klimaat in de Westeuropese steden van de late middeleeuwen, voedingsbodem voor de Gruuthuseteksten die ons ook vandaag nog weten te ontroeren.

Deze lezing wordt georganiseerd in het kader van de tentoonstelling ‘Liefde en Devotie. Het Gruuthusehandschrift’, nog tot 23 juni in het Gruuthusemuseum (www.liefdeendevotie.be).

Praktische info
Donderdag 25 april 2013 om 19.00u
Gotische zaal Stadhuis, Burg 12, 8000 Brugge
Duur: circa 1 uur
Toegang gratis maar inschrijven verplicht via musea.reservatie@brugge.be  of telefonisch op 050 44 87 43 (tijdens de kantooruren). Inschrijven kan tot 22 april 2013.
Organisatie: Bruggemuseum


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.