In de vroege twaalfde eeuw beschreef Lambertus van Sint-Omaars de kosmos met bijzondere aandacht voor de mens in dit bredere geheel, het Liber Floridus. Daartoe las en verwerkte hij de belangrijkste christelijke bronnen. Lambertus, een kanunnik verbonden aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Sint-Omaars, nu in Frans-Vlaanderen, had toegang tot deze bronnen. Deze vroege en uitzonderlijk fraai geïllustreerde encyclopedie barst dan ook van eruditie. Van uitzonderlijk belang is dat het door Lambertus eigenhandig geschreven manuscript bewaard bleef.
Dit wereldvermaarde handschrift kwam later in de Sint-Baafsabdij in Gent terecht, vervolgens als handschrift 92 inde Universiteitsbibliotheek aldaar. Albert Derolez, de voormalige conservator van de Universiteitsbiblitoheek, onderzocht dit handschrift bijzonder grondig.
Weinigen waren evenwel in de gelegenheid om het Liber Floridus echt te zien. Dit kan nu in een tentoonstelling in het Gentse stadsmuseum STAM, waarin vooral op de bronnen van het Liber Floridus wordt gefocust. De tentoonstelling “Liber Floridus 1121: de wereld in een boek” loopt tot 8 januari 2012. Bovendien kan het handschrift nu ook volledig digitaal worden bekeken.
Niet onmiddellijk een directe bron maar een tekst waarmee Lambertus ongetwijfeld vertrouwd was, is het muziektraktaat De musica van de vroeg-christelijke filosoof Boëthius, die leefde rond 500. Onze bibliotheek bezit een 10de-eeuws handschrift met deze tekst dat nu te zien is op de tentoonstelling (BRUGGE, Openbare Bibliotheek, ms. 531). De studie van de theoretische, “wiskundige” grondslagen van de muziek behoorde in de middeleeuwen tot het quadrivium, de vier hogere vrije kunsten, waarvan de studie de weg bereidde naar universitaire studies.