
Do van Ranst werd op 13 juli 1974 in Dendermonde geboren, maar woont al bijna zijn hele leven in Hamme. Al vanaf de schoolbanken was hij bezeten van verhalen. Omdat hij de lessen vaak saai vond, verzon hij knotsgekke en soms erg romantische verhalen waarin hij vaak en graag de hoofdrol speelde. Toen hij twaalf jaar was wist hij al dat hij iets met schrijven wilde doen. Hij merkte dat het iets was waar hij zich heel goed bij voelde. Hij verslond heel wat jeugdboeken en is dus bijna automatisch jeugdboekenschrijver geworden. Zoals vele tieners en pubers schreef hij vooral gedichten. Zo is hij overgeschakeld naar korte verhalen. Hij zegt dat op een gegeven moment zijn kast bijna vol lag.
In 1999 debuteerde hij, op vijfentwintigjarige leeftijd, met Boomhuttentijd, een verhaal over zelfmoord, rouw en verdriet. Een jaar later schreef hij Zeven zinnen en een zoen, het eerste avontuur over Dina, die net als Do bezeten is van theater. Een pruik en paarse lippen en Hoge hakken en een hoed vormen het vervolg. Mijn bed is een boot (2001) gaat over jongen die met zijn moeder de dood van zijn vader verwerkt. Mijn hondenjongen werd bekroond door de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen. Sluimerende verliefdheid en de mooie en minder mooie momenten van ontmoetingen zijn de centrale thema’s van het boek.
Met zijn manuscript Mijn vader zegt dat we levens redden won Do van Ranst in 2004 de Prijs Knokke-Heist Beste Jeugdboek. Het boek werd ook bekroond met de Deutsche Jugendliteraturpreis en zal op het witte doek te zien zijn. Voor Moeders zijn gevaarlijk met messen ontving van Ranst voor de tweede maal de Prijs Knokke-Heist. Hij kreeg ook twee Boekenwelpen: in 2007 voor Dun en in 2009 voor Moeders zijn gevaarlijk met messen.
Geplaatst door Saar 

