Red Rock Rally 2011

28/04/2011


Op zondag 1 mei zal het volk opnieuw toestromen in het Astidpark. Die dag vindt er weer de Red Rock Rally plaats, zonder twijfel één van de gezelligste en meest ongedwongen evenementen in Brugge.

Traditioneel wordt de Red Rock Rally op temperatuur gebracht door de gelijknamige talentenjacht. Vanaf 13u strijden een 5-tal groepen om de RRR-trofee van 2011.

Twee jaar nadat ze moesten afzeggen en vervangen werden door Sioen, komen de mannen van The Clement Peerens Explosition naar de Botanieken Hof om van jetje te geven.  Dat wordt meebrullen met Dikke Lu, Vinde gij me gat, Foorwijf, Loeten en de nummers van hun nieuwe cd Olraait.

In het voorprogramma van Clement Peerens en co treden een aantal bands op: om 18u Transcoder (aankomend Brugs talent), om 19u de Gentse groep Arquettes en om 20u30 Jack Parow, The original International Afrikaans Rap Superstar uit Zuid-Afrika.

www.redrockrally.be


De Brugse KJV stemt

27/04/2011


Op vrijdag 29 april komen de juryleden van de Brugse Kinder- en Jeugdjury voor het laatst dit jaar samen in de leeszaal van Hoofdbibliotheek Biekorf. Van 18u tot 19u overlopen en bespreken ze nog eens de boeken die ze dit jaar lazen en stellen per leeftijdsgroep hun top drie samen.  
Die dag nog worden de Brugse resultaten doorgestuurd naar Stichting Lezen die dan de prijsbeesten bekendmaakt op het bekroningsfeest van zondag 22 mei in het Brugse Concertgebouw. Op dat bekroningsfeest is het kruim van de kinder- en jeugdboekenwereld te gast: elke illustrator en auteur die met zijn of haar boek voor de KJV genomineerd was, is immers uitgenodigd.

De leeszaal sluit  op vrijdag 29 april vanaf 17.30 haar deuren voor het “gewone” publiek.


Koorts en lans (Javier Marías)

26/04/2011

Op maandag 2 mei bespreekt de leesgroep van de bib “Koorts en lans” van Javier Marías. De Spaanse schrijver wordt steeds vaker genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur.
In het boek keer Jaime Deza, voormalig docent aan de universiteit van Oxford, terug naar Engeland nadat zijn huwelijk met Luisa op de klippen is gelopen. Op een dag wordt hij door professor Wheeler, een gepensioneerd hispanist, uitgenodigd voor een souper. Daar wordt Deza voorgesteld aan iemand die de leiding heeft over een organisatie die in de Tweede Wereldoorlog opgericht werd door MI6, de Britse geheime dienst. De organisatie blijkt nog steeds actief te zijn. Deze kan met zijn “gave” van bijzonder nut zijn voor de organisatie. Maar wat is de rol van Wheeler in het verhaal?

Klik hier voor een lijst van boeken die eerder al besproken werd in de leesgroep.

Inschrijven: 050 47 24 20 of valerie.logghe@brugge.be
Deelname: € 4
I.s.m. De Vrienden van de Biekorfbibliotheek vzw


Woorden verklaard door Isidorus van Sevilla

22/04/2011


De Openbare Bibliotheek bezit een middeleeuwse kopie van één van de meest invloedrijke encyclopedieën in de Westerse geschiedenis: de Etymologiae van Isidorus van Sevilla (ca. 570 – 636). Deze Spaanse aartsbisschop pende in twintig boeken de essentie neer over verscheidene onderwerpen: grammatica; retoriek en dialectiek; wiskunde; geneeskunde; jurisprudentie; kerkelijke boeken; God, engelen en heiligen; de Kerk en sektes; talen, volkeren, koninkrijken, steden; etymologie; de mensheid en voortekenen; dieren; de fysieke wereld en onderdelen; geografie; bouwwerken en landbouw; stenen en metalen; agricultuur; oorlog en spelen; schepen, gebouwen en kledij; huishouden en huishoudelijke instrumenten.1

Wanneer Isidorus in zijn Etymologiae woorden en begrippen verklaart, doet hij dat vooral vanuit een moreel of religieus standpunt. Zo ook in het hoofdstuk over de dieren (boek 12): de objectieve zoölogische kennis is ondergeschikt aan de morele interpretatie van elk dier. De vos, bijvoorbeeld, stond duidelijk niet op een goed blaadje bij Isidorus: “Men zegt vulpis (vos), wat komt van volupis. Hij draait (voluere) namelijk op zijn poten (pes) en loopt nooit in een rechte lijn, maar altijd zigzaggend. Het is een achterbaks dier dat gebruik maakt van bedrieglijke listen. Wanneer hij bijvoorbeeld niets te eten heeft gehad, speelt hij voor dood, en vangt en verslindt hij de vogels die denken dat hij een kadaver is en op hem neerdalen.”² Het is zeer waarschijnlijk dat Isidorus zijn mosterd voor deze genadeloze karakterschets van de vos bij Gregorius de Grote (ca. 540 – 604) gehaald heeft (Moralia in Iob 19,1).

De afbeelding is afkomstig uit handschrift 163, een dertiende-eeuws handschrift afkomstig uit de Cisterciënzerabdij van Ten Duinen, en toont een 13de-eeuwse kopie van de passage over de vos.

Pittig detail: In de Etymologiae zegt Isidorus dat het woord mulier (“vrouw”) afgeleid is van het woord mollitia (“zachtheid”). Shakespeare (ca. 1564 – 1616) gebruikt deze verklaring in zijn theaterstuk Cymbeline, maar geeft er zijn eigen draai aan: The piece of tender air, thy virtuous daughter / Which we call ‘mollis aer;’ and ‘mollis aer’ / We term it ‘mulier’. Vrouwen als zachte (mollis) lucht (aer)…

1 De puntkomma’s komen overeen met de indeling in twintig boeken.
² Vulpis dicta, quasi uolupis. Est enim uolubilis pedibus et numquam rectis itineribus, sed tortuosis anfractibus currit, fraudulentum animal insidiisque decipiens. Nam dum non habuerit escam, fingit mortem, sicque descendentes quasi ad cadauer aues rapit et deuorat. (Isidorus Hispalensis, Étymologies, Livre XII, Des animaux, ed. – trad. Jacques André, (Auteurs latins du Moyen Âge), Paris: Les belles lettres, 1986, p. 113).


Kuifje naar Zeebrugge

21/04/2011


Sinds kort heeft de bibliotheek van Zeebrugge er een leuke zithoek bij. De raket uit “Raket naar de maan” van Kuifje stond duidelijk model voor het ontwerp. Een bezoekje zeker waard. Misschien op de eerste zaterdag van de maand, want dan kan je er tussen 10.30u en 11uu meteen het gratis voorleesuurtje meepikken.

Bibliotheek J.F. Willems
Marktplein 12
8380 Zeebrugge
ma, wo: 14u – 18u
za: 10u – 12u


Dood en verrijzenis als inspiratiebron

20/04/2011


De paastijd en de christelijke liturgie vormden door de eeuwen heen de inspiratiebron voor een groot aantal prachtige composities.  De Stabat Mater van Pergolesi, de Mattheuspassie en de Johannespassie van Johann Sebastian Bach, de Messiah van Händel, Parsifal van Richard Wagner en de Via Crucis van Franz Liszt zijn er slechts enkelen; de lijst is bijna oneindig.  Je kunt heel veel van die werken terugvinden in de collectie van de bibliotheek.

Stabat Mater – Giovanni Pergolesi
Weinig verhalen zijn zo universeel als dat van de Stabat Mater: de diepbedroefde moeder Maria bij haar Zoon aan het kruis.
Het gedicht Stabat Mater inspireerde – tot op de dag van vandaag – talloze componisten.  De meest bekende versie is zonder twijfel de Stabat Mater van Giovanni Pergolesi.  Hij kreeg de opdracht een nieuw werk te componeren ter vervanging van de Stabat Mater van Alessandro Scarlatti dat tot dan elke Goede Vrijdag in Napels werd uitgevoerd.  Met succes.  De Stabat Mater van Pergolesi kreeg bijval in heel Europa.  Het werk inspireerde dan weer andere componisten zoals Johann Sebastian Bach om er thema’s uit te gebruiken.

Passies – Johann Sebastian Bach
Johann Sebastian Bach componeerde muziek bij elke versie van het lijdensverhaal zoals het werd neer geschreven door de vier evangelisten.  Van deze ‘passies’ zijn de Johannespassie en de Mattheuspassie de enige die nog vaak opgevoerd worden.  De muziek van de Marcuspassie is verloren gegaan en van de Lucaspassie bestaat er twijfel over de oorsprong van het werk.
De muziek die Bach bij het verhaal van Johannes componeerde is heel afwisselend.  Op plaatsen waar hij de zangers de letterlijke tekst van het bijbelverhaal laat zingen, blijft hij ook muzikaal, vrij onpartijdig.  Op andere plaatsen geeft hij in vaak diep emotionele aria’s en koren zijn persoonlijke gevoelens weer: zijn medelijden met Jezus, zijn afschuw over het verraad van Judas, zijn hoop op een betere toekomst.
In Klara’s Top 100 behaalde het “Erbarme dich” uit Bachs Mattheuspassie de tweede plaats.  Op vrijdag 22 april brengt Radio Klara de integrale Mattheuspassie in een uitvoering van de Nederlandse Bach Vereniging o.l.v. Jos van Veldhoven.

Messiah – Georg Friedrich Händel
Händel componeerde de Messiah in slechts 24 dagen. Hij werkte zo hard dat hij nauwelijks de tijd nam om te eten en te slapen.  Het oratorium bestaat uit drie delen.  Het eerste deel beschrijft de aankondiging en de geboorte van Jezus in grootse koren en lieflijke aria’s.  In het tweede deel verandert de sfeer als het lijden van Jezus en de kruisiging worden uitgebeeld.  Maar bij de wederopstandig en de hemelvaart wordt de toon weer optimistisch, en eindigt in een uitgelaten stemming met het beroemde Hallelujah-koor.  Het derde deel is één grote jubelzang op de overwinning van het kwade en de belofte van het eeuwige leven.

Parsifal – Richard Wagner
Wagner noemde Parsifal een Bühnenweihfestspiel en geen opera.  Een gewijd werk met een christelijk mythologische thematiek en veel symbolische duidingen.  In Parsifal probeerde Wagner door te dringen tot de kern van het christendom.  Richard Wagner schreef het libretto zelf, maar baseerde zich op de versroman Parzival van Wolfram von Eschenbach.

Via crucis – Franz Liszt
Franz Liszt schreef zijn Via Crucis in verschillende versies (waaronder één voor enkel piano).
De verpakking is uiterst sober, maar de inhoud wordt geweldig rijk: de ideeën, de thema’s, de harmonie, de korte, maar aangrijpende solopassages en de mediterende koren.
Het koor in de Via Crucis vertelt, zij het in een sobere versie, in veertien statiën het verhaal van de kruisweg.  Liszt zelf was aan het eind van zijn leven een devoot katholiek.


Handschriften en “het ontstaan van Brugge”

19/04/2011

De tentoonstelling “Uit goede bron” loopt in het Bruggemuseum-Gruuthuse tot 16 oktober 2011. De bezoeker maakt er kennis met nieuwe inzichten over het ontstaan van Brugge. Het recente wetenschappelijke werk van archeologen, geologen, historici en andere onderzoekers maakt komaf met een aantal mythes over de vroegste geschiedenis van onze stad. Brugge ontstond dus niet omheen een versterkte Romeinse burcht, en evenmin als nederzetting van de Vikingen.

Het verhaal van het ontstaan van Brugge wordt doorgetrokken tot de 12de eeuw, tot 1127-1128 toen Brugge en Vlaanderen in “brand” stonden naar aanleiding van de moord op de graaf Karel de Goede. Het dagboek van de Brugse kanunnik Galbert van Brugge over dit explosieve gebeuren is de eerste omstandige geschreven bron over Brugge. Geschreven getuigenissen van vóór deze periode zijn zeldzaam. Bijzonder boeiend aan deze tentoonstelling is deze vroege geschreven bronnen hier samen te zien. Op een voorschoot groot liggen alle belangrijke vroegmiddeleeuwse teksten waarin aan Brugge wordt gerefereerd. Tussen haakjes vermelden we telkens de bewaarplaats van het manuscript en de datering. Het exemplaar waarin een tekst bewaard bleef is vaak jonger dan de tekst zelf.

In de 7de eeuw zet Eligius, bisschop van Noyon en Doornik, zich in voor de kerstening van de “Vlaanderengouw”. Een eeuw later wordt dit door een anonieme auteur beschreven in een Vita Sancti Eligii (Brussel, Koninklijke Bibliotheek, ms. 5374-75; 9de eeuw), een beschrijving met daarin concrete plaatsnamen én een municipium Flandrense, als hoofdplaats van “Vlaanderen”. Wellicht wordt hiermee Oudenburg bedoeld, eerder dan Brugge, zoals lange tijd werd gedacht.  

In het eerste kwart van de 9de eeuw teisteren de Noormannen de Vlaamse kust, maar een plaatselijk garnizoen kan deze dreiging afslaan. Zo verhaalt het Liber de gestis regum Francorum (deel van de Annales Bertiniani et Vedastini: Brussel, Koninklijke Bibliotheek, ms. 6439-6451, 11de eeuw). Aanwijzingen dat de Karolingische vorsten zo’n versterkte wachtpost in Brugge lieten optrekken, zijn niet voorhanden.

Vanaf halfweg de 9de eeuw duikt de naam Brugge op in documenten en op munten. De allereerste vermelding komt voor in een inventaris van kerkschatten van de Sint-Baafsabdij in Gent uit de periode 851-864, Breviarum de thesauro Sancti Bavonis (Gent, Universiteitsbibliotheek, ms. 439, 14de eeuw).  Daarin worden  kerkschatten vermeld die uit schrik voor de invallen van de Vikingen in veiligheid werden gebracht, maar niet waren teruggekeerd, onder meer een gouden kruis dat ter bescherming naar Brugge was gezonden.

Een anonieme priester uit Oudenburg schreef ca. 1080 met fierheid over zijn stad en kerk. In zijn Tractatus de ecclesia S. Petri Aldenburgensi (Brugge, Grootseminarie, ms. 506/131 bis, 13de eeuw) vertelt hij hoe de versterkte burchtmuren in Brugge werden opgebouwd met stenen afkomstig van het Romeinse castrum uit Oudenburg. Hoe die burchtmuren eruit zagen wordt dan weer aangetoond door Oliver de Wree (1596-1652). Vredius was een van de eerste Brugse historici die op basis van oudheidkundig onderzoek en bronnenonderzoek het oude Brugge en Vlaanderen reconstrueerde. In zijn Historiae comitum Flandriae nam hij een afbeelding op van de oude burchtmuren van Brugge (Brugge, Openbare Bibliotheek, 3/1354; 1650).

In het Encomium Emmae Reginae (Londen, British Libary, MS Add. 33241, 11de eeuw), een lofdicht ter ere van de Engelse koningin Emma (+1052) geschreven circa 1040 in Sint-Omaars, komt Brugge reeds naar voor als een levendige, versterkte plaats met een levendige handel en te bereiken vanuit de zee.  

Deze uitgelezen selectie handschriften wordt afgesloten met  het dagboek van Galbert van Brugge, in een 17de eeuwse kopie op papier. Het is het vroegste volledige handschrift (Brugge, Openbare Bibliotheek, ms. 570).


Nieuwe vlaggen voor Brugse winkelstraten

19/04/2011

De kunstvlaggen die Roger Raveel tien jaar geleden voor de centrumstraten ontwierp, waren aan vervanging toe. De van origine Brugse kunstenaar Benoît van Innis werd gevraagd twintig nieuwe ontwerpen te maken. Tegelijk met de onthulling van de nieuwe vlaggen in de winkelstraten, worden de ontwerpen op papier getoond. Er zal ook ander schilder- en tekenwerk van Benoît te zien zijn.

Benoît van Innis (°Brugge, 1960 – leeft en werkt in Brussel) studeerde aan Sint-Lucas Gent. Hij werd in de jaren tachtig bekend door zijn – vaak absurd humoristische – tekeningen in bladen als De Morgen, De Standaard, De Volkskrant, Paris Match, Lire, The New Yorker,…
Zijn schilderijen passen in de traditie van de vernieuwende picturaliteit zoals die zich vanaf het eind van de jaren tachtig in de Vlaamse schilderkunst aandiende. Gaandeweg heeft Benoît van Innis zijn plaats veroverd naast kunstenaars als bijv. Walter Swennen en Werner Mannaers.
De kunstenaar liet zich voor de nieuwe vlaggen inspireren door zijn geboortestad: de reien, kasseien, chocolade, frieten en kant mochten niet ontbreken, evenmin als Cercle en Club en ook kunstenaars als Jan van Eyck en Memling zijn present. Verder zijn de vlaggen op een originele manier een ode aan Brugge als winkel-, fiets- en architectuurstad, als stad met geschiedenis. Figuratie en abstractie gaan hand in hand. Soms staat herkenbaarheid voorop, andere vlaggen laten een dubbele lezing toe. Maar bovenal zorgen de helle, zomerse kleuren voor een feestelijk geheel.

Benoît van Innis stelde tentoon in tal van kunstgalerijen en musea. In 2002 ontwierp hij een tegelmuurschildering voor het Brugse Breydelstadion en het restaurant De Refter van Geert Van Hecke in Brugge (2008-2009). Voor De Refter (i.s.m. noA-architects) ontwierp hij ook de zitbanken. Momenteel ontwerpt hij (i.s.m. Marie-José Van Hee en Robbrecht en Daem architecten) vier grote kleurvlakken voor evenveel natuurstenen pleinen in het kader van de renovering van de Markt in Deinze.

Meer info hier.


Tip van de bib: Justin Cronin

18/04/2011

In “De oversteek” van Justin Cronin expeterimenteert de Amerikaanse overheid met een virus om de onsterfelijke mens te creëren. Het virus muteert de proefpersonen echter tot gevaarlijke gedrochten. Amy, een zesjarig meisje, is de laatste proefpersoon en het experiment lijkt bij haar te lukken. De overige mutanten breken echter los en besmetten in recordtempo de bevolking. Een apocalyps is het gevolg.
Honderd jaar later houdt een kleine enclave van niet-besmette overlevenden moeizaam stand in een wereld waar chaos en gevaar een dagelijkse realiteit is. Wanneer Amy, die nu een jonge vrouw is, haar weg vindt naar deze ommuurde gemeenschap, besluiten een aantal overlevenden om met haar de oorsprong van de besmetting te zoeken in de hoop een remedie te vinden.
Door zijn gedetailleerde en realistische schrijfstijl schept Cronin een geloofwaardige wereld in de nabije toekomst. Onopgemerkt vergeet je de werkelijkheid rondom je en stap je een apocalyptisch verhaal vol spanning binnen.


Jeugdboekenuil vliegt niet meer…

14/04/2011

In 2010 werd al bericht dat er in 2011 geen Gouden Uil uitgereikt zou worden. In 2012 krijgt de literaire prijs wel een doorstart, maar dan toch in verminderde vorm. De publieksprijs blijft bestaan, maar de Jonge Gouden Uil of de Gouden Uil voor de Jeugdliteratuur verdwijnt. O.a. Bart Moeyaert en Stichting Lezen betreuren dit ten zeerste. Boek.be, die zijn schouders zet onder de doorstart, maakt zich sterk met het argument dat een heropwaardering van de Boekenleeuw en -pauw een prima alternatief is.
Ditte Merle gaat zo de geschiedenis in als de laatste winnares van de Jonge Gouden Uil met haar boek “Wild verliefd”.


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.