“Te veel Vlamingen zijnder, wier nuttelooze beweginge te vergelijken is bij een deel vreemde sprongen en aardige tuimelperten, ja, bij naamloos guitenwerk en verwaande ruitenbrekerije van machtelooze kinders, wier ouders naderhand de boete betalen.”
Met deze woorden nam Guido Gezelle in 1885 officieel afstand van de Vlaamse studentenbeweging tijdens zijn redevoering op de huldeviering van Leonard De Bo, georganiseerd door het Davidsfonds in Tielt. Hij stootte hiermee de Vlaamsgezinde studenten voor het hoofd, die zich op zijn figuur inspireerden.
De reacties bleven dan ook niet uit. In De Vlaamsche Vlagge, het radicale Vlaamsgezinde en godsdienstige studententijdschrift waarin Hugo Verriest een grote rol speelde, ventileerden verontwaardigde lezers hun boosheid. De Leuvense studenten verwoordden hun woede in een giftig pamflet tegen Gezelles “lauwe, onvergeefbare rede”. Onder meer Gezelles capitulatie voor de bisschop wordt er op de korrel genomen: “Gezelle doet ons glimlachen als wij hem, den grooten geleerden en gevierden schrijver, op de vergadering van Thielt tot op den grond zien buigen […] hem de studenten alle soorten van schandige en onverdiende namen hooren toewerpen, wie weet omdat Monseigneur misschien geerne zulke muziek hoort; als wij vernemen dat hij zijne aanspraak eindigt met al de aanwezigen aan te wakkeren ‘Leve Monseigneur’ te roepen.”
Brieven uit het Guido Gezellearchief tonen inderdaad aan dat Gezelles optreden in sterke mate gestuurd werd door bisschop Faict. De redevoering werd vooraf ter goedkeuring voorgelegd en Gezelle ontving strikte instructies voor de inhoud ervan. Zo schrijft Adolf Duclos op 21 september aan Gezelle: “Onnuttig te zeggen dat er daar niets mag in staan dat van aard zij den zoogezeiden studenten-strijd te bevoordeeligen of dat in state zij onaangenaamheden over mij en u te trekken.”
De wet op de gedeeltelijke vernederlandsing van het officiële middelbare onderwijs had de roep om de vervlaamsing van de colleges aangewakkerd. Maar ook Gezelle zelf wilde niet als boegbeeld van de studentenbeweging fungeren omwille van haar protestmatige en gepolitiseerde karakter. De taaleisen hadden inmiddels een autonoom karakter gekregen, waarvoor samengewerkt werd met de liberale flaminganten, terwijl voor Gezelle het religieuze kader primeerde.
Enkele brieven en andere documenten i.v.m. L.L. De Bo bevinden zich in de personenarchieven van het Guido Gezellearchief. Het zijn kleinere verzamelingen die werden aangelegd rondom belangrijke personen uit Gezelles leven. De inventaris hiervan is nu via Cabrio beschikbaar in kader van de lopende inventarisatie van het volledige Guido Gezellearchief.


