Handschrift 314, het zgn. Misse-boek, uit de historische collectie van de Openbare Bibliotheek Brugge bevat een liturgische kalender en een missaal. Deze 15de-eeuwse codex is volgens een notitie op het voorste dekblad een schenking van provinciegouverneur J.B. Holvoet in de Hollandse tijd (30.11.1825).
Op het dekblad achteraan is met rode zegellak een papieren bifolium vastgemaakt. Het is beschreven in een 16de-eeuwse hand en bevat de woorden en de muzieknotatie van de gewone Prefatie en het Onzevader. Een liturgisch spiekbriefje?
In de katholieke liturgie is de Prefatie het begin van het eucharistische gebed. Het is een kort dankgebed met een variabel gedeelte, voorafgaand aan het Sanctus. Het Onzevader, één van de bekendste gebeden bij de christenen, werd volgens de evangelisten Mattheus en Lucas door Jezus zelf aan zijn leerlingen aangeleerd.
De muziek op het blad is Gregoriaans. Toch hebben de noten niet de vorm van de vierkante blokjes die we kennen uit de Gregoriaanse kwadraatnotatie. Het gaat ook niet om neumen, de pre-gregoriaanse notatievorm die ontstond uit de Latijnse accenttekens. De tildevormige notentekens die we hier zien zijn een in de 16de eeuw niet ongewone, “cursieve” variant van de kwadraatnotatie, die een veel snellere notatie toeliet dan de vierkante blokjes. Een soort Gregoriaans in steno, dus. De noten op de hier vierlijnige notenbalk geven enkel de toonhoogte weer, niet de lengte van de noot. Melismen (verschillende toonhoogten op eenzelfde lettergreep) herkennen we als noten die met elkaar verbonden zijn.
Het was de Italiaanse monnik Guido van Arezzo (995-1050) die op het idee kwam de neumen op en tussen parallelle lijnen te plaatsen zodat de melodie visueel werd weergegeven. Bij de partituur in hs. 314 zien we op de bovenste lijn telkens een do-sleutel. Een vaste maatsoort is er niet. De Gregoriaanse muziek was qua uitvoering immers veel vrijer dan we nu gewoon zijn. Er zijn wel maatstrepen aanwezig maar zij dienen om de beklemtoonde lettergreep van het woord of de woordgroep, nl. de eerste na de maatstreep, aan te duiden : Dominus / vobiscum / Et cum spiritu / tuo /.
De transcriptie van de tekst luidt als volgt (niet-geüniformiseerde spelling) :
Fol. 1r : Per omnia secula seculorum. Amen. (laatste zin van het Secreta of Oratio secreta, het gebed aan het einde van de offerande. Hierna volgen de dialoog voorafgaand aan de Prefatie :
Dominus vobiscum. Et cum spiritu tuo. Sursum corda. Habemus ad Dominum. Gratias agamus Domino Deo nostro. Dignum et justum est.
en de Prefatie : Vere dignum et iustum est, equum et salutare, nos tibi semper et ubique gratias agere. Domine, sancte Pater, omnipotens eterne Deus per Christum Dominum nostrum, per quem maiestatem tuam laudant angeli adorant dominationes tremunt potestates. Celi celorumque virtutes ac beata ceraphim socia exultacione concelebrant, cum quibus et nostras voces ut admitti iubeas deprecamur supplici confessione dicentes : Per omnia secula seculorum. Amen.(eindigt tweede helft fol. 1v).
Fol. 1v-2r : Aansluitend volgen de oproep tot het Onzevader : Per omnia secula seculorum. Amen. Oremus. Preceptis salutaribus moniti et divina institutione formati audemus dicere.
en het Onzevader : Pater noster, qui es in celis, Sanctificetur nomen tuum, Adveniat regnum tuum, Fiat voluntas tua, sicut in celo et in terra. Panem nostrum cotidianum da nobis hodie, et dimitte nobis debita nostra. Et ne nos inducas in temptationem, sed libera nos a malo. Amen.
Op fol. 2r, na het Onzevader, volgen als afsluiter : Per omnia secula seculorum. Amen. Pax Domini sit semper vobiscum.


