
De Openbare Bibliotheek Brugge bezit ongeveer 700 handschriften. Het leeuwendeel van deze handschriften is afkomstig uit de middeleeuwse bibliotheken van de cisterciënzerabdijen Ten Duinen en Ter Doest. In enkele blogberichten krijgt u de geschiedenis van deze cisterciënzerbibliotheken te lezen.
Ondanks de bewogen geschiedenis, waarbij vele honderden manuscripten verloren zijn gegaan, is de bibliotheek van Ten Duinen en Ter Doest als collectie uitzonderlijk goed bewaard gebleven. Hoewel de verzameling van in totaal ca. 700 manuscripten slechts een fractie is van de oorspronkelijke bibliotheek, steekt ze toch schril af tegen het handvol manuscripten dat bewaard is gebleven in de meeste (ook prestigieuzere) abdijen in de Nederlanden. Verschillende onderzoekers hebben zich dan ook over deze collectie gebogen.
In 1934 stelde stadsbibliothecaris Alphonse De Poorter een catalogus op van de handschriftencollectie van de Brugse Openbare Bibliotheek: Catalogue des manuscrits de la bibliothèque publique de la ville de Bruges. In 1984 verscheen een studie van de oude catalogus van Carolus de Visch door Marie-Thérèse Isaac: Les livres manuscrits de l’Abbaye des Dunes d’après le catalogue du XVIIe siècle.
De Duinen- en Ter Doesthandschriften van het Grootseminarie werden tussen 1940-1945 geïnventariseerd en beschreven door Prof. Egidius Strubbe en zijn medewerker Joris Lambrecht. Deze catalogus is spijtig genoeg nooit in druk verschenen. Een kopie van hun werk kan ingekeken worden in de Openbare Bibliotheek.
De Ter Doesthandschriften, dus zowel van de Openbare Bibliotheek als van het Grootseminarie, werden beschreven door Anselm Hoste in De handschriften van Ter Doest (1993). De herkomst van de handschriften van de Duinenabdij werd recent bestudeerd door Albert Derolez in het artikel “Ten Duinen of Ter Doest? De herkomst van de handschriften in de Openbare Bibliotheek en het Grootseminarie te Brugge” (Handelingen van het genootschap voor geschiedenis 141), 2004, pp. 219-277. Dankzij een doorgedreven codicologische en paleografische studie kon hij de criteria scherpstellen om een handschrift aan de bibliotheek van Ten Duinen of aan de bibliotheek van Ter Doest toe te schrijven.
De ontstaansgeschiedenis van de gehele Duinencollectie werd voor het eerst onderzocht door Gerard Lieftinck in De librijen en scriptoria der West-Vlaamse Cisterciënzerabdijen Ter Duinen en Ter Doest (1953). Zijn studie had tot doel de scriptoria te ontdekken waar de oudste handschriften van de Duinenabdij en van Ter Doest zijn ontstaan.
Aan de hand van al deze werken en talrijke recente studies wordt momenteel een nieuwe, herziene beschrijving opgesteld voor elk handschrift van de Openbare Bibliotheek. Deze beschrijvingen zijn terug te vinden in de nieuwe Cabrio-catalogus, onder het tabblad Erfgoed. De nieuwe digitale catalogus zal het onderzoek naar de geschiedenis van de handschriften van de Duinenabdij vergemakkelijken. Met één klik kunnen handschriften met dezelfde kenmerken gegroepeerd worden, zowel op basis van inhoudelijke kenmerken (auteur, tekst, taal, enz.) als op basis van uiterlijke kenmerken (band, eigendomskenmerken, dateringen, fenestratitels, enz.). In deze eerste fase van de catalogisering (een echt monnikenwerk) worden de beschrijvingen beknopt gehouden. In een later stadium, wanneer alle handschriften in de catalogus zijn opgenomen, zullen de beschrijvingen uitgediept worden. Daarenboven zullen de handschriften van de Openbare Bibliotheek ingescand worden. Deze kwalitatief hoogstaande digitale beelden zullen voor iedereen beschikbaar gemaakt worden op het internet.
(Einde)
Geplaatst door dieter 

