Er werd in de middeleeuwen veel belang gehecht aan de herdenking van de doden. Men geloofde immers dat de gebeden van de levenden de straffen in het vagevuur konden verlichten of verkorten voor de dode. Een correcte nagedachtenis was dus van kapitaal belang voor het zielenheil van de gestorven gelovige. Een necrologium was hierbij een onontbeerlijk hulpmiddel.
Een necrologium is een lijst van overledenen van een bepaalde gemeenschap (bv. een parochie of een abdij). Deze lijst is gerangschikt volgens de Romeinse kalender. Per dag staan de namen genoteerd van personen die op die dag gestorven zijn, al dan niet met vermelding van het jaar van overlijden en/of de functie van de overledene. In een abdij was het de taak van de cantor of de armarius (de archivaris en notaris van het huis) om de namen van de doden bij te schrijven in het necrologium. Hij schreef in dit boek niet enkel de namen van de monniken van zijn abdij, maar ook van andere geestelijken (bv. de regerende pausen of geestelijken van een verwant huis) en van wereldlijke weldoeners, stichters en heersers. Necrologia zijn daarom een belangrijke bron voor geschiedkundige studies.
Necrologia vervulden een liturgische functie: aan de hand van deze lijsten wisten de monniken wanneer ze voor welke doden moesten bidden. Deze herdenking gebeurde meestal tijdens de priem, het ochtendlijke koorgebed (sinds het Tweede Vaticaanse Concilie afgeschaft wegens overlapping met de lauden). Tijdens de priem werd ook voorgelezen uit de regel van de orde en uit een martyrologium. Daarom vinden we deze werken vaak samen ingebonden met het necrologium. Dit is ook het geval in het handschrift 395 van de Openbare Bibliotheek . In dit handschrift is een 15de-eeuws necrologium van de voormalige abdij Ter Doest in Lissewege samen ingebonden met een martyrologium en met de Regel van Benedictus (beide 12de-eeuws).
Klik hier voor een gedetailleerde afbeelding van het Necrologium van Ter Doest.
Geplaatst door johan 

