Spike Jonze, de regisseur van o.a. ‘Being John Malkovich’, baseerde zich met zijn nieuwste film ‘Where the wild things are’ op het wereldberoemde kinderboek van Maurice Sendak uit 1963. Een klein jongetje moet als straf naar zijn kamer en komt daar terecht in de imaginaire wereld van de ‘Wild Things’.
Het originele boek bevat maar negen zinnen. Jonze riep de hulp van Amerikaans schrijver Dave Eggers (lees zeker eens ‘Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit’ van hem) in om een scenario te verzinnen waarin de wereld die in het boek opgeroepen wordt, verwerkt zit.
Het probleem om alle personages (vooral de veertien levensgrote monsters, elk met een eigen look en persoonlijkheid) op een natuurlijke manier te laten bewegen, werd van de baan geholpen dankzij Jim Henson, de legendarische maker van ‘The Muppet Show’. Hij bedacht een systeem waarbij acteurs verkleed in een monsterpak de scènes speelden. De gelaatsuitdrukkingen werden achteraf via computer aangebracht.
Jonze werkte vijf jaar lang aan deze verfilming. Bij ons te zien in de zalen vanaf eind december. Hier alvast de trailer.
Where the wild things are
20/10/2009Jef Nys is overleden
20/10/2009
Striptekenaar Jef Nys, de geestelijke vader van ‘Jommeke’, is overleden. Hij werd 82. Jommeke verscheen voor het eerst in 1955 in ‘Kerkelijk Leven’.
Na zijn studies aan de Koninklijke Academie van Antwerpen begon Nys zijn carrière bij het satirische weekblad ‘t Pallieterke. In 2005 verscheen ‘Ongekend veelzijdig’, een biografie door Luc De Ryck.
‘Jommeke’ werd in 1955 voorgesteld. “Het wekelijks avontuur van Jommeke” verscheen in Kerkelijk Leven. Het eerste lange verhaal van de blonde stripfiguur verschijnt 3 jaar later in Het Volk. ‘Jommeke’ behoort samen met ‘Suske en Wiske’, ‘Kiekeboe‘ en ‘Nero’ tot de populairste strip in Vlaanderen.
In totaal zijn er 245 stripalbums van Jommeke gepubliceerd, goed voor meer dan 50 miljoen verkochte exemplaren. In 1997 verscheen Jommeke op een postzegel en kreeg hij een standbeeld in Middelkerke.
Bron: deredactie.be
Federico Garcia Lorca
20/10/2009
De stoffelijke resten van de Spaanse dichter Federico Garcia Lorca (1898 – 1936) liggen waarschijnlijk in een massagraf in Alfacar (nabij Grenada). Het graf wordt deze week geopend. Enkele familieleden hebben zich lang tegen de opening van het graf verzet uit vrees dat het een mediaspektakel zou worden. Bedoeling is om de lichamen te identificeren en alsnog een echte begrafenis te geven. Of de familie Garcia Lorca op die mogelijkheid zal ingaan, is nog niet duidelijk.
Garcia Lorca werd op 19 augustus 1936 tijdens de Spaanse burgeroorlog vermoord door nationalistische aanhangers van generaal Franco. Hij had een reputatie als ‘links georiënteerde schrijver van romantische werken met een sociale weerklank’.
Dialect: een taele lik (g)een ander?
20/10/2009
“Taal is geen middel tot communicatie maar tot niet-communicatie”, schreef Desmond Morris, de auteur van het bekende boek ‘De naakte aap’. Elke mensengroep, beperkt of uitgebreid, zal altijd wel een reden hebben om te vermijden dat een andere groep hem begrijpt. Het is handig als je mekaar begrijpt, maar soms is het ook handig als dat niet zo is.
Dit verklaart waarom er binnen bestaande talen altijd subtalen zullen zijn met onderlinge sociale, regionale en historisch gegroeide verschillen, net zoals binnen een cultuur subculturen ontstaan. Subtalen van algemene talen of landstalen noemen we dialecten. Vaak is het dialect ouder dan de algemene taal of standaardtaal. De vraag is dan of het dialect de subtaal is, dan wel of de standaardtaal kunstmatig in het leven geroepen werd door taalkundigen omwille van de verstaanbaarheid tussen de verschillende dialectgroepen. Zo verzamelden o.a. Guido Gezelle en Leonard Lodewijk De Bo in de tweede helft van de 19de eeuw duizenden woorden en uitdrukkingen uit de volksmond en het “oud Vlaams” als basis voor de woordenschat van het nieuw in te voeren Nederlands. De “Woordentas” van Guido Gezelle was dan ook één van de bronnen voor het Woordenboek van de Nederlandse Taal. Ook het Zuid-Afrikaans werd door een groep taalkundigen vastgelegd als overkoepelende taal over de ontelbare dialecten in Zuid-Afrika heen. Het invoeren van een standaardtaal is evenwel een tweesnijdend zwaard: het risico bestaat dat de bevolking de standaardtaal niet echt verwerft (bv. “Verkavelingsvlaams”), maar tegelijk haar dialect en taaltraditie gedeeltelijk verliest.
Dialecten zijn voornamelijk spreektalen. Wie ze wil noteren moet over een sluitend spellingsysteem beschikken, dat leesbaarheid met fonetiek combineert. Een goed inzicht in het dialect dat men wil schrijven, is noodzakelijk. Wat in het West-Vlaams klinkt als battendoet is niet battendoet, maar : Ba, ’t en doet. Schrijven zoals je het hoort kan dus zeer misleidend zijn en gaat meestal ten koste van de leesbaarheid. Men kan zich ook baseren op spellingen uit de tijd toen dialect en algemene taal dichter bij elkaar stonden. Familienamen laten heel vaak een historische spelling zien. Het “Westvlaamsch Idioticon” van deken De Bo is ook een goede bron omdat de auteur de klinkers als lemma opneemt en grondig bespreekt, en hun schrijfwijze consequent toepast. Sommigen passen de spelling toe van gelijkaardige klanken in een verwante taal (vb. West-Vlaams – Engels).
Dialecten zijn ook levende talen. Zij evolueren van nature traag en zijn dan ook van onschatbare waarde voor het historische taalonderzoek. De woordenschat die binnen een sociaal kader gebruikt wordt, verdwijnt stelselmatig als dat sociale kader wegvalt. Zo is het vocabularium rond de graanoogst uit de tijd toen die nog een arbeidsintensief groepsgebeuren was, gedecimeerd nu de oogst het werk is van één man op een pikdorser en één man met een stropers. Anderzijds worden op de dialecteigen manier nieuwe woorden opgenomen.
De conserverende reflex ten aanzien van de verdwijnende dialectwoordenschat uit zich in het dialectonderzoek en het samenstellen van dialectwoordenboeken. Zocht men in de tweede helft van de 19de eeuw naar een taal om de dialectenbarrière in het Nederlandse taalgebied te overbruggen, dan zien we nu dat de behoefte aan een taalidentiteit de interesse voor het eigen dialect opwekt. De dialectologie is een druk beoefende wetenschap geworden. Met de regelmaat van een klok verschijnen de laatste jaren dialectwoordenboeken. Ook dialectschrijvers en dialectzang kennen een groeiende interesse.
Het dialectverlies in Vlaanderen na het invoeren van het ABN toont de kwetsbaarheid aan van dialecten tegenover opgelegde standaardtalen. Daarnaast vormt de monocultuur inzake dialectgebruik bij de Vlaamse TV-zenders, reclame en massamedia een bedreiging voor de andere dialecten in Vlaanderen én voor het Nederlands. Misschien slaat deze slinger van Foucault ooit terug richting standaardtaal?

Het mondiale uitzendkantoor
20/10/2009
VRT-journalist Chris De Nys interviewt auteur en MO*-journalist John Vandaele in de leeszaal van Hoofdbibliotheek Biekorf. Vandaele is co-auteur van ‘Het mondiale uitzendkantoor‘ (2009), een boek over waardig werk in tijden van globalisering en crisis. Het interview past binnen de campagne van 11.11.11: ‘Waardig werk’.
‘Omdat werknemers geen gereedschap zijn’ is de slogan van de campagne. Om te leven moet (bijna) iedereen werken. Tijdens een economische crisis is werk nochtans niet evident. Bedrijven zijn voortdurend op zoek naar de goedkoopste en minst beschermde arbeid. Zo wordt het werk verdeeld en lijken bedrijven steeds meer ’mondiale uitzendkantoren’.
In het boek gaan Dirk Barrez en John Vandaele op zoek naar hoe het beter kan. Ze zien de crisis als een aansporing om een economie te bouwen die én sociaal én ecologisch én democratisch is.
Dinsdag 27 oktober om 20u
Hoofdbibliotheek Biekorf (Leeszaal), Kuipersstraat 3, 8000 Brugge
Inkom: € 3
Organisatie: Openbare Bibliotheek Brugge en 11.11.11 Brugge
i.s.m. ACV, ABVV, FOS en wereldsolidariteit Brugge
Geplaatst door dieter 

